Categorie: Planten & Dieren

  • Paardenmest gebruiken in de moestuin: voordelen en aandachtspunten

    Paardenmest gebruiken in de moestuin: voordelen en aandachtspunten

    Paardenmest moestuin is een combinatie die veel tuiniers kennen. Dit natuurlijke product wordt al heel lang gebruikt om groentegrond te voeden. Veel mensen kiezen hiervoor omdat het makkelijk te krijgen is en de bodem er snel vruchtbaarder door wordt. Toch zijn er een aantal dingen waar je goed op moet letten als je paardenmest in de moestuin wilt gebruiken. In deze blog lees je wat de voordelen zijn, welke nadelen er kunnen zijn en waarom goed gebruik belangrijk is.

    Voedingsstoffen voor gezonde planten

    Het grootste voordeel van paardenmest in de moestuin is de hoeveelheid voedingsstoffen. Paardenmest bevat veel stikstof, kalium en fosfor. Deze stoffen helpen planten om stevig te groeien en gezond te blijven. Vooral in het voorjaar, als de bodem net bewerkt is, zorgt dit voor een rijke start. Veel groenten zoals kool, prei en pompoen groeien extra goed als ze op een bedje rijk met mest staan. Ook andere planten die snel groeien, profiteren ervan als de aarde wat rijker is gemaakt. Dit maakt paardenmest tot een populaire keuze bij hobbytuinders en ervaren moestuinliefhebbers.

    De juiste toepassing van mest in de tuin

    Toch is het slim om goed na te denken over de manier waarop je paardenmest gebruikt. Niet elke plant in de moestuin vindt een rijke laag mest fijn. Bij sommige soorten kunnen bladeren verbranden door teveel aan stikstof. Ook werkt verse mest anders dan goed gerijpte mest. Verse mest kan schadelijke stoffen bevatten en is vaak nog erg actief. Het is verstandig om verse paardenmest eerst een paar maanden te laten composteren voordat je het op de grond strooit. Dit proces zorgt ervoor dat de mest wat milder wordt voor jonge planten. Composteren vermindert ook de kans op ziektekiemen en verspreiding van ongewenste zaden.

    Aandachtspunten voor biologische moestuinen

    Wie een biologische moestuin wil, moet extra goed nadenken over het gebruik. In biologische tuinen werkt men zonder chemische stoffen, dus de bron van de mest is belangrijk. Paarden kunnen in de stal medicijnen of ontwormmiddelen krijgen. Dit soort resten kunnen ook in de mest terechtkomen. Ook kunnen graszaden, haver of onkruidzaden in verse mest zitten, doordat paarden dit niet altijd volledig verteren. Dit betekent dat er kans is dat deze zaden later in de moestuin ontkiemen. Veel biologische tuinders kiezen daarom liever voor mest van paarden die alleen hooi eten en weinig medicijnen krijgen, of ze laten de mest altijd eerst goed composteren.

    Bodemstructuur en leven onder de grond

    Behalve voedingsstoffen toevoeren, heeft paardenmest ook invloed op de losse structuur van tuinaarde. De vezels in paardenmest maken zware grond luchtiger en zorgen dat water beter weg kan zakken. Dat is goed nieuws voor wortels die zich diep willen kunnen ontwikkelen. Ook bodemdiertjes, zoals wormen en kevertjes, gedijen vaak goed als er mest in de grond zit. Ze zorgen voor extra lucht en leven in de bodem. Op plekken waar veel mest wordt gebruikt, ontstaan soms wel plekken met teveel stikstof. Dit kan een rijke groei van blad geven, maar zorgt er soms voor dat er minder bloemen of vruchten worden gemaakt.

    Welke mestsoort kiezen en hoeveel gebruiken

    Niet elke soort mest werkt hetzelfde. Paardenmest is minder sterk dan kippenmest, maar weer wat krachtiger dan bijvoorbeeld koemest. Hierdoor is het makkelijker om paardenmest goed te doseren, waardoor de kans op schade kleiner wordt. Het assortiment bestaat vaak uit verse mest, goed verteerde mest of oude compost. Verse mest is vooral geschikt voor gebruik in de herfst, zodat het kan inwerken tot het voorjaar. Voor direct gebruik rond planten is oude compost of goed verteerde paardenmest het beste. Gebruik niet meer dan een dunne laag per jaar, meestal zo’n 1 tot 2 emmers op 1 vierkante meter. Dit is voldoende om de bodem te voeden zonder zuurstofgebrek of schade aan planten.

    De meest gestelde vragen over paardenmest in de moestuin

    • Kan ik verse paardenmest direct gebruiken in de moestuin? Verse paardenmest kun je beter niet direct rond de planten strooien. Het is te sterk en kan jonge wortels verbranden. Laat de mest eerst composteren voordat je het gebruikt.
    • Zitten er onkruidzaden in paardenmest? Er zitten soms zaadjes van gras, haver of ander voer in paardenmest omdat het spijsverteringsstelsel van een paard deze niet allemaal verteert. Deze zaden kunnen in de moestuin ontkiemen, vooral als je verse mest gebruikt.
    • Is paardenmest goed voor elke groente? Niet elke groente houdt van een rijke bodem. Fruitgewassen, wortels en bonen groeien juist beter op wat armere grond. Koolsoorten en prei profiteren meer van paardenmest.
    • Wat is het verschil tussen verse en gecomposteerde paardenmest? Verse mest is heel krachtig en bevat meer actieve stoffen en zaden. Gecomposteerde paardenmest is zachter, schoner en veiliger om in de moestuin te gebruiken.
    • Kan ik paardenmest ook gebruiken in een biologisch moestuin? In een biologische moestuin mag je paardenmest op de grond doen, maar het is belangrijk te weten waar de mest vandaan komt en of er geen resten van medicijnen of chemische stoffen in zitten.
  • Vroeger zaaien en langer oogsten met de koude bak moestuin

    Vroeger zaaien en langer oogsten met de koude bak moestuin

    De basis van een koude bak op een rij

    Een koude bak bestaat uit een rechthoekige of vierkante bak zonder bodem, die direct op de grond staat. Je vult deze met aarde, zodat planten vanuit de bak hun wortels de volle grond in kunnen laten groeien. Aan de bovenkant zit een los deksel met doorzichtige platen of ruiten, zodat het licht er goed door kan. Deze kap beschermt je gewassen tegen kou, harde regen, wind en dieren als vogels of katten. Omdat de bak dicht is, ontstaat er binnenin een iets warmer en droger klimaat dan buiten. De temperatuur gaat, zelfs op een frisse of bewolkte dag, vaak al snel omhoog in de middag. Planten groeien onder deze omstandigheden sneller en zijn beter beschermd dan in de rest van je tuin.

    Een verlengd tuinseizoen zonder kas

    Zodra in de lente de zon zich iets vaker laat zien, kun je in de koude bak moestuin beginnen met zaaien of planten. Er kan soms al gestart worden als het buiten nog te koud is voor jonge plantjes. Doordat je beschut tuiniert, krijgen jonge zaailingen de kans om te wennen aan het buitenleven, terwijl ze niet meteen worden blootgesteld aan koude nachten of plotselinge regenbuien. Ook in het najaar verleng je de oogst. Sommige groenten en kruiden blijven in een koude bak tot ver in de herfst of zelfs winter overeind en eetbaar, terwijl de rest van de tuin al leeg is. Denk hierbij aan spinazie, sla, radijsjes of winterpostelein.

    Meer plantkeuze en minder zorgen

    Dankzij het beschermde klimaat in een koude bak kun je meer soorten groente proberen. Planten die normaal veel warmte nodig hebben, doen het beter wanneer ze binnen de beschutting opgroeien. Tomaten, peper, aubergine of bijvoorbeeld komkommer kunnen langer doorgroeien. De groente of kruiden worden daarnaast minder snel aangetast door hagel, harde wind en veel regen. Met de kap is de kans op vraat door slakken en vogels kleiner. Je hoeft minder bang te zijn voor vorst of onverwachte koude nachten. Rustig water geven en luchten door het deksel op een kier te zetten is genoeg om het binnenklimaat prettig te houden voor jouw planten.

    Zelf een koude bak maken of kiezen

    Een koude bak is niet moeilijk om zelf te maken. Gebruik stevige houten planken of een oud raamkozijn en monteer een opklapbare kap met doorzichtig kunststof of glas. Zorg dat je het deksel open kunt zetten voor frisse lucht, vooral op warme dagen. In tuincentra en online zijn ook kant-en-klare bakken te koop. Let goed op de afmetingen, zodat de bak past op de plek die je beschikbaar hebt. Kies een stukje van de tuin waar genoeg zon komt, want in de schaduw groeit bijna niets. Plaats de bak op een vlak stuk aarde, zodat het water goed kan weglopen en planten geen natte voeten krijgen.

    Onderhoud en optimaal gebruik van de koude bak

    Enkele handelingen helpen je bak goed te houden. Haal na een flinke regenbui overtollig water weg van het deksel en veeg dode bladeren of resten weg zodat er geen schimmel ontstaat. Op zonnige dagen is het slim het deksel op een kier te zetten zodat er genoeg frisse lucht bij kan. Hierdoor voorkom je schimmel en zorg je dat je planten niet verbranden in de hitte. Reinig het doorzichtige materiaal af en toe zodat er altijd veel licht binnenkomt. Maak de grond in de bak af en toe los en geef regelmatig water, want de aarde kan sneller opdrogen dan buiten. Wissel elk jaar de plek van je koude bak en de soorten groente voor gezonde grond en sterke planten.

    Veelgestelde vragen over de koude bak moestuin

    • Welke soorten groenten groeien goed in een koude bak moestuin?

      In een koude bak groeien vooral bladgroenten zoals sla, spinazie en veldsla erg goed. Ook vroege worteltjes, radijs, tuinkers, koolrabi en kruiden zoals peterselie of bieslook doen het er prima. Voor het najaar zijn winterpostelein en snijbiet geschikt.

    • Wanneer kan ik het beste starten met zaaien in een koude bak moestuin?

      Al in februari of maart kun je zaaien als je de koude bak goed afsluit. De grond is dan sneller warm dan erbuiten en de kans op schade van nachtvorst is kleiner. In het najaar kun je vaak langer doorgaan tot in november.

    • Moet ik extra verwarmen in een koude bak moestuin?

      Verwarmen is niet nodig bij een koude bak. Het doorzichtige dak houdt warmte van de zon vast. Het kan soms wel nodig zijn om op heel koude nachten extra bescherming zoals vliesdoek te gebruiken.

    • Wat is het verschil tussen een koude bak en een kas?

      Een koude bak is lager en meestal zonder aparte vloer. Het is vooral bedoeld voor bescherming in het vroege voorjaar en late najaar. Een kas is vaak groot genoeg om in te staan en biedt het hele jaar door beschutting, soms ook met verwarming.

    • Hoe voorkom ik schimmel of rot in de koude bak?

      Lucht de bak elke dag, vooral bij zon. Haal dode bladeren en resten weg. Maak het doorzichtige dak af en toe schoon en geef niet te veel water.

  • Met deze moestuin tips kweek jij straks de lekkerste groenten

    Met deze moestuin tips kweek jij straks de lekkerste groenten

    Een goede start voor jouw moestuin

    Moestuin tips zijn niet alleen handig voor beginners, ook wie al langer tuiniert kan ervan leren. Het starten van een moestuin lijkt soms lastig, maar met wat eenvoudige aanwijzingen kom je al een heel eind. Denk eerst goed na over de plek. Een moestuin heeft het liefst zo’n zes uur zon per dag, maar ook in schaduw kun je groenten laten groeien. Kies een stuk grond in je tuin of begin met bakken of potten als je minder plek hebt. Zorg altijd voor losse aarde die makkelijk water doorlaat. Begin klein en breid elk jaar een beetje uit, dan hou je het overzichtelijk en leuk.

    De juiste groenten kiezen maakt het verschil

    Niet elke groente groeit even makkelijk. Voor een goed resultaat is het slim om te starten met soorten die niet veel verzorging vragen. Denk aan radijs, sla, wortels of spinazie. Deze planten groeien snel en kunnen tegen een stootje.

    Denk aan de volgende groenten:

    • radijs
    • sla
    • wortels
    • spinazie
    • tomaten
    • courgettes
    • sperziebonen

    Deze planten groeien snel en kunnen tegen een stootje. Bedenk dat sommige groenten minder goed groeien naast elkaar; zoek daarom op welke soorten juist wel of niet bij elkaar geplant worden. Let ook op het seizoen waarop je zaait. Op de achterkant van een zaadzakje staat vaak wanneer en hoe diep je de zaden moet planten. Met deze simpele groente tips blijft tuinieren overzichtelijk en haalbaar.

    Verzorgen en beschermen van de planten

    Als je eenmaal aan de slag bent, is het van belang om regelmatig naar je planten te kijken. Houd de grond licht vochtig maar niet te nat. Een gieter met een fijne broes zorgt dat jonge plantjes niet beschadigen. Geef in warme periodes liever vaker een beetje water dan in één keer heel veel. Onkruid groeit vaak sneller dan je lief is. Haal het weg zodat je groenten genoeg ruimte krijgen. Plagen zoals slakken kun je tegengaan met een randje stro of een biervalletje. Vogels kun je buiten de tuin houden met netten. Goede moestuin tips zorgen ervoor dat je niet voor verrassingen komt te staan.

    Op tijd oogsten en verder genieten

    Het leukste moment is natuurlijk als je mag oogsten. Kijk goed wanneer je groenten klaar zijn om te eten. Jonge boontjes, malse sla of knapperige wortels smaken het lekkerst als je ze op tijd plukt. Wacht je te lang, dan kunnen ze taai worden of gaan doorschieten. Gebruik een scherp mesje om bladeren of vruchten af te snijden, zo beschadig je de plant niet. Sommige soorten blijven doorgroeien als je stukken oogst. Probeer altijd een beetje te spreiden, dan heb je een langere tijd plezier van verse oogst uit je eigen tuin.

    Veelgemaakte fouten bij het tuinieren

    Beginnende tuiniers maken vaak dezelfde fouten. Eén daarvan is te veel verschillende soorten tegelijk willen proberen. Hou het eenvoudig en kies hooguit vijf soorten voor het eerste jaar. Nog een veel voorkomende fout: geen rekening houden met de ruimte tussen planten. Zet ze niet te dicht op elkaar, want dan krijgen ze te weinig lucht en licht. Veel mensen vergeten ook om regelmatig te controleren op onkruid en plagen. Door elke paar dagen even te kijken, voorkom je dat problemen groot worden. Als je deze adviezen volgt, gaat je moestuin er vast beter uitzien en krijg je een mooie oogst.

    Meest gestelde vragen over tips voor de moestuin

    Hoeveel zon heeft een moestuin echt nodig?

    Voor een goed resultaat heeft een moestuin ongeveer zes uur zonlicht per dag nodig. In lichte schaduw groeien sommige bladgroenten ook goed.

    Wat kan ik het beste zaaien als ik begin met tuinieren?

    Als je begint kun je het beste makkelijke planten kiezen zoals radijs, sla, spinazie en wortel. Deze groeien snel en zijn weinig bewerkelijk.

    Hoe voorkom ik dat slakken mijn planten opeten?

    Slakken kun je tegengaan met een randje stro rondom de planten of door ’s avonds regelmatig slakken weg te halen. Een bakje met bier lokt ze ook.

    Moet ik elke dag water geven aan mijn groenten?

    Je hoeft niet elke dag water te geven. Houd de grond in de gaten: als de bovenlaag droog aanvoelt, geef dan wat water. Op warme dagen kan het vaker nodig zijn.

    Wat doe ik met planten die geel of slap worden?

    Als een plant geel of slap wordt, kan het zijn dat er te veel of te weinig water is gegeven. Controleer de aarde. Soms helpt extra voeding of verpotten naar verse grond.

  • Tomatenplant winterhard: Hoe overleeft de tomaat de koude maanden?

    Tomatenplant winterhard: Hoe overleeft de tomaat de koude maanden?

    Tomatenplant winterhard noemen is eigenlijk niet juist, want deze plant kan niet tegen kou en vorst. Toch zijn er manieren om ook tijdens de winter van verse tomaten te genieten of je planten te bewaren. Veel mensen willen. ieder jaar opnieuw tomaten kweken in hun tuin of kas. Maar een strenge winter maakt dit lastig, omdat tomaten van nature uit warme streken komen en niet gebouwd zijn voor koude periodes.

    De oorsprong van de tomatenplant en zijn favoriete klimaat

    Tomatenplanten zijn van oorsprong gewend aan een zacht en warm klimaat. Ze komen uit gebieden waar het altijd relatief warm blijft, zelfs ’s nachts. In Nederland zijn onze winters veel kouder dan in het thuisland van de tomaat. De plant groeit het best bij temperaturen tussen de twintig en vijfentwintig graden overdag en niet kouder dan tien graden ’s nachts. Komt de temperatuur onder de tien graden, dan stopt de groei. Vriest het, dan gaat de plant vaak snel dood. Daarom zie je in Nederlandse volkstuinen en kassen dat tomaten na het warme seizoen verdwijnen of bruin worden.

    Kun je een tomatenplant laten overwinteren?

    Wie tomaten winterhard wil laten lijken, moet de plant in de winter beschermen tegen de lage temperaturen. Buiten lukt dit bijna nooit, omdat de kou de wortels en bladeren aantast. Je kunt daarom de plant naar binnen halen voordat het koud wordt. In huis of in een verwarmde kas kan een tomatenplant langer blijven leven. Je knipt de plant wat terug, zet hem op een lichte plek en geeft spaarzaam water. Toch zijn veel tomatenrassen maar éénjarig. In de praktijk gaat een oude plant vaak achteruit: de bladeren worden minder mooi, de stengels slap en bloei blijft weg. Veel mensen kiezen er daarom voor om in het voorjaar gewoon opnieuw te zaaien.

    Zelf binnen tomaten kweken in de winter

    Er zijn mensen die proberen buiten het seizoen tomaten te oogsten door binnen te kweken. Tomaten hebben veel licht en warmte nodig, dus een plek bij het raam of onder groeilampen werkt het beste. Door de verwarming kan het in huis snel te droog of warm worden, wat niet ideaal is voor elke plant. Toch lukt het soms om een kleine, compacte tomatenplant een hele winter te laten groeien en oogsten. Hier komen wel uitdagingen bij kijken, zoals bladluizen, schimmels of te weinig licht. Kweken in potten werkt vaak het beste. Kleine soorten zoals cherrytomaten doen het beter dan grote rassen, omdat die minder tijd en energie nodig hebben om hun vruchten te maken. Heb je eenmaal een tomatenplant die binnen overleeft, dan kun je met wat geluk in januari of februari je eigen tomaten proeven.

    Tips voor het beschermen van tomaten in het koude seizoen

    Wie de tomatenplant wil laten overleven in winterse omstandigheden, kan deze in de herfst ruimschoots binnenhalen. Zet de plant op een plek met veel daglicht, bijvoorbeeld een serre, vensterbank of kas met verwarming. Geef minder water dan in de zomer, want de plant groeit minder snel. Laat beschadigde of zieke blaadjes weg en controleer regelmatig op ziektes. Zorg wel dat de temperatuur boven de tien graden blijft, anders treedt schade snel op. Heb je geen ruimte binnen of geen kas, dan is bewaren van zaden van jouw favoriete tomatenplant een goed alternatief. In het voorjaar zaai je hiermee snel een nieuwe generatie planten voor het nieuwe seizoen.

    De zoektocht naar winterharde tomatenrassen

    Er bestaan rassen die iets beter bestand zijn tegen koelte, maar echte winterharde tomaten zijn nog niet gevonden. Sommige soorten kunnen een lichte koude nacht overleven, maar bij vorst zijn zij net zo kwetsbaar als alle andere rassen. In tuincentra worden soms planten aangeboden die robuuster zijn, maar dit betekent vaak alleen dat ze iets langer buiten kunnen staan in de herfst. In ons land blijft het dus handig om tomaten toch als zomerplant te zien en ze op tijd te zaaien of te stekken, zodat je elk jaar weer kunt genieten van verse en gezonde vruchten.

    Veelgestelde vragen over tomatenplant winterhard

    • Kun je een tomatenplant buiten laten overwinteren? Een tomatenplant buiten laten overwinteren lukt niet, want de plant is gevoelig voor kou en zal bij vorst afsterven. Binnen zetten of opnieuw zaaien in het voorjaar is beter.
    • Zijn er soorten tomaten die wel winterhard zijn? Er zijn geen tomatenrassen die echt winterhard zijn. Sommige rassen kunnen iets kou verdragen, maar geen vorst.
    • Hoe kan ik mijn tomatenplant het best beschermen in de winter? Een tomatenplant kun je beschermen door hem voor de eerste nachtvorst naar binnen te halen en op een lichte, warme plek te zetten waar het niet kouder wordt dan tien graden.
    • Kun je zelf tomaten oogsten in de winter? Zelf tomaten oogsten in de winter kan als je een plant binnen hebt staan met genoeg licht en warmte. Kleine rassen doen het binnen het best.
  • Knoflook planten in je moestuin: Gemakkelijk genieten van eigen oogst

    Knoflook planten in je moestuin: Gemakkelijk genieten van eigen oogst

    Knoflook moestuin klinkt als muziek in de oren voor iedereen die graag verse groenten en kruiden uit eigen tuin haalt. Met weinig werk kun je deze smaakmaker zelf in de grond stoppen en maanden later heerlijke bollen oogsten. De geur tijdens het groeiseizoen, de unieke smaak in de keuken en het plezier van eigen teelt maken knoflook een favoriet bij veel tuinliefhebbers.

    Het juiste moment om knoflook te planten

    In het najaar begint het avontuur. Knoflook komt het beste tot zijn recht als je de teentjes tussen september en december in de aarde stopt. Sommige tuiniers houden een handig geheugensteuntje aan: rond 10 oktober is vaak een mooi moment. Plant altijd voordat het echt begint te vriezen. In deze periode heeft je moestuin vaak weer plek, omdat veel andere gewassen zijn geoogst. Door vroeg te planten maken de teentjes wortels voordat de winter begint. Dan zijn ze straks sterk genoeg om in het voorjaar goed door te groeien.

    Zo plant je knoflook in de moestuin

    Knoflook planten is niet ingewikkeld. Je breekt gewoon een bol in losse teentjes. Elke teen wordt een nieuwe plant. Kies stevige, gezonde teentjes en leg ze met het puntje omhoog in de grond. Houd een afstand aan van ongeveer tien centimeter tussen de teentjes. Zet de teentjes twee tot drie centimeter diep. Gebruik losse, goed doorlatende aarde, zodat het water makkelijk weg kan. Druk de grond voorzichtig aan en geef water. De planten hebben verder weinig nodig, behalve soms wat extra water tijdens een droge periode in het voorjaar.

    Groei en verzorging in het voorjaar

    In de koude winter lijkt het alsof er niets gebeurt, maar onder de aarde groeit de knoflook rustig door. Zodra het lente wordt, zie je groene stengels boven de grond uitkomen. Laat het onkruid niet te hoog worden tussen de planten, want dan krijgen de bollen minder ruimte. Je hoeft niet veel bij te mesten. Gewone tuinaarde met wat compost is meestal genoeg. Zodra het warm genoeg is, kun je wat vaker water geven, vooral als de basis van de plant begint op te zwellen. Dat gebeurt meestal rond mei of juni. De plant heeft dan het meeste water nodig om grote bollen te maken.

    Oogsten en bewaren van je knoflook

    Je weet dat oogsten dichtbij is als het loof begint te verwelken en geel wordt. Dit gebeurt meestal aan het begin van de zomer, rond eind juni of juli. Trek de planten voorzichtig uit de grond en laat ze drogen op een luchtige plek. Een oude krant of een rooster in de schuur werkt goed. Na twee tot vier weken zijn de bollen voldoende opgedroogd. Verwijder het overtollige loof en bewaar de bollen op een droge, koele plaats, bijvoorbeeld in een papieren zak of aan een touw geregen. Zo geniet je maandenlang van je eigen knoflook uit de tuin.

    De voordelen van knoflook uit je eigen moestuin

    Zelf geteelde knoflook heeft een sterke smaak en frisse geur. Je weet zeker dat er geen chemicaliën zijn gebruikt. Ook draag je bij aan de biodiversiteit in je tuin, omdat knoflook insecten zoals luizen op afstand houdt. Knoflook past in kleine en grote tuinen. Je kunt hem zelfs in een bak op het balkon telen. Een ander voordeel is dat je steeds nieuw plantgoed hebt, want de mooiste bollen kun je het volgende seizoen opnieuw planten. Zo sluit je alles mooi rond en blijft je moestuin vol leven.

    Meest gestelde vragen over knoflook moestuin

    • Kun je supermarkt knoflook gebruiken om te planten? Je kunt supermarkt knoflook soms gebruiken, maar het werkt niet altijd goed. Sommige bollen zijn behandeld zodat ze niet uitlopen. Beter is het om speciale teentjes te kopen bij een tuinwinkel.
    • Hoe diep moet je knoflook planten voor het beste resultaat? Plant knoflook ongeveer twee tot drie centimeter diep. Dieper planten is niet nodig en zorgt soms voor kleinere bollen.
    • Wat doe je als je knoflook begint te bloeien? Als knoflook gaat bloeien, kun je de bloeistengel weghalen. Zo steekt de plant meer energie in de bol en niet in de bloem.
    • Kun je knoflook in een pot of bak op het balkon telen? Knoflook kan goed op het balkon, zolang de bak diep genoeg is en het water goed weg kan. Zet de bak op een zonnige plek.
    • Wanneer is het precies tijd om te oogsten? Oogst knoflook zodra twee derde van het loof geel en slap is geworden. Meestal is dat eind juni of juli.
  • De beste tijd om oleander in volle grond te planten

    De beste tijd om oleander in volle grond te planten

    Wanneer oleander in volle grond planten een goed idee is, hangt af van het seizoen en het weer. Oleanders komen uit landen met veel zon en warmte. In Nederland groeit deze prachtige plant vooral goed als je hem op het juiste moment buiten in de aarde zet. Wie dit slim aanpakt, geniet van sterke struiken met kleurrijke bloemen en frisgroene bladeren.

    Het juiste plantseizoen kiezen voor oleanders

    Oleanders houden van warmte. Ze kunnen niet goed tegen kou of vorst. Dat betekent dat de beste tijd om een oleander in de volle grond te planten, is van midden mei tot begin september. In deze maanden is de kans op een koude nacht heel klein. Door tot na de IJsheiligen te wachten, loop je weinig risico op vorstschade. IJsheiligen is rond 11 tot 15 mei. Daarna is het meestal warm genoeg. Zet je de plant te vroeg buiten, dan kunnen de wortels of bladeren bevriezen. Wacht je langer dan september, dan is de groei vaak minder snel. De wortels hebben namelijk warmte nodig om goed te starten.

    Een goede plek en grond uitzoeken

    De plek waar je de struik plant, is net zo belangrijk als de tijd. Oleanders willen graag in de zon staan. Een zonnige plaats in de tuin zorgt voor veel bloemen en stevig groeiende takken. Zet de plant niet dicht bij een muur waar het in de winter snel koud wordt. Kies ook losse, goed drainerende grond. De aarde moet het water goed afvoeren. Zo voorkom je natte wortels, want daar houdt een oleander niet van. Maak het plantgat altijd wat groter dan de kluit van de plant en meng eventueel wat zand of klei door de aarde als die te zwaar is. Zo krijgen de wortels ruimte en lucht.

    Planten en het eerste onderhoud

    Voor het planten maak je de aarde rondom het plantgat goed los. Haal de oleander voorzichtig uit de pot. Schud een beetje aan de wortels zodat deze zich kunnen spreiden in de nieuwe grond. Zet de plant meteen op de juiste hoogte, meestal zo diep als hij in de pot stond. Vul het gat aan met een mengsel van tuinaarde en eventueel wat compost. Druk de grond goed aan zodat de plant stevig staat. Geef na het planten flink veel water. De eerste weken moet de grond niet uitdrogen, want dan maken de wortels goed contact met de bodem. Geef in de zomer af en toe wat extra water tijdens warme, droge dagen. Na enkele maanden kun je de watergift weer iets minderen, want dan zijn de wortels dieper gegroeid.

    Bescherming in de winter en latere verzorging

    Oleanders zijn in Nederland vaak niet helemaal vorstbestendig. In zachte winters kunnen ze blijven staan, vooral in het zuiden van het land of op beschutte plekken. Wordt het erg koud, bescherm de wortelkluit dan met bladeren, stro of een speciale tuinvliesdoek. Sommige tuiniers kiezen ervoor hun struik te bedekken als de temperatuur onder nul komt. Snoei dode, beschadigde of erg lange takken pas in het voorjaar weg. Dit geeft de plant meer kracht om weer uit te lopen. Tijdens het groeiseizoen kun je af en toe wat mest geven. Zo blijft de oleander gezond en mooi.

    Meest gestelde vragen over wanneer oleander in volle grond planten

    • Kan ik een oleander het hele jaar door in volle grond planten?

      Een oleander kun je beter alleen van mei tot september in de volle grond zetten. Buiten deze periode is het te koud en kan de plant schade oplopen.

    • Wat als er toch nachtvorst komt na het planten?

      Als er toch nachtvorst komt na het planten van een oleander, kun je de jonge struik tijdelijk afdekken met een doek of wat bladeren om schade te voorkomen.

    • Hoeveel zon heeft een oleander nodig in de tuin?

      Een oleander groeit het best op een plek waar hij minimaal zes uur direct zonlicht per dag krijgt. Hoe meer zon, hoe mooier en voller de bloei.

    • Kan ik een oleander uit een pot ook later in de volle grond zetten?

      Een oleander die eerst in een pot stond, kun je rustig later in het seizoen in de volle grond plaatsen, maar doe dit nog voor september voor het beste resultaat.

    • Hoe bescherm ik een geplante oleander in de winter?

      Bescherm een oleander in volle grond in de winter door de wortels te bedekken met bladeren of stro als het gaat vriezen. In heel strenge winters kun je ook de hele plant inpakken met tuinvlies.

  • Portulaca stekken: Zo maak je makkelijk nieuwe plantjes

    Portulaca stekken: Zo maak je makkelijk nieuwe plantjes

    Portulaca stekken is een fijne manier om van één plant meerdere nieuwe plantjes te maken. Veel mensen kennen Portulaca als een vrolijke en kleurrijke zomerbloem voor in potten of bloembakken. Maar wist je dat het ook eenvoudig is om deze plant te vermeerderen door middel van stekken? Zo geniet je langer en meer van de bloemenpracht.

    Wat is Portulaca en waarom kiezen voor stekken

    De Portulaca, ook wel bekend als mosselplantje of vetplantje, heeft vlezige blaadjes en felle bloemen. Ze bloeien uitbundig in de zon en geven kleur aan tuinen en balkons. Je vindt Portulaca vaak in het voorjaar in het tuincentrum. Stekken van deze plant is populair omdat je zo gratis extra planten krijgt. Het is ook een goede manier om de mooiste kleuren en vormen te behouden. Portulaca groeit snel en is daardoor goed geschikt om te stekken.

    Wanneer en hoe kun je Portulaca het best stekken

    De beste tijd om Portulaca te stekken is tussen mei en september, wanneer de plant volop groeit. Je hebt alleen een gezonde moederplant, een schoon mesje of schaar en kleine potjes met potgrond nodig. Knip een stukje stengel van ongeveer vijf tot tien centimeter af, liefst net onder een blaadje. Verwijder eventueel de onderste blaadjes, zodat er genoeg steel overblijft om in de aarde te steken. Zet het stekje in vochtige, luchtige grond. Geef een beetje water, maar maak de grond niet te nat. Zet het potje op een warme, lichte plek, maar niet in de volle zon.

    Zo groeien de stekjes uit tot nieuwe planten

    Na het stekken van Portulaca zul je meestal binnen twee weken wortels zien vormen. Soms helpt het om een plastic zakje los over het potje te zetten, zodat het stekje niet uitdroogt. Open het zakje wel iedere dag voor wat frisse lucht. Geef steeds een klein beetje water als de grond droog wordt, want Portulaca houdt niet van natte voeten. Zodra de stekjes sterk genoeg zijn en een paar nieuwe blaadjes hebben, kun je ze verpotten naar een grotere pot of direct buiten zetten. Zo kweekt je in korte tijd een hele familie van vrolijke vetplantjes.

    Kleine tips voor het beste resultaat

    • Nem altijd stekjes van een gezonde Portulaca zonder ziektes of beschadigingen.
    • Gebruik verse potgrond voor de beste start.
    • Zet je stekjes niet in direct zonlicht, want ze drogen dan snel uit.
    • Portulaca houdt van een warm plekje.
    • Stekken lukt soms niet als het erg koud is, dus wacht dan beter tot het warmer wordt.
    • Wil je zeker zijn van slagen? Neem meerdere stekjes tegelijk, want niet elk stekje slaat altijd aan.
    • Portulaca is een eenjarige plant, maar door te stekken kun je elk jaar weer genieten van je favoriete kleuren.
    • Je kunt eventueel ook zaadjes bewaren en de planten in het voorjaar opnieuw zaaien, maar stekken gaat vaak sneller en eenvoudiger.

    Veelgestelde vragen over Portulaca stekken

    Moet ik speciale stekgrond gebruiken voor Portulaca?

    Het is niet per se nodig om speciale stekgrond te kopen. Normale potgrond gemengd met een beetje zand werkt ook goed, omdat Portulaca van luchtige en niet te natte grond houdt.

    Kan Portulaca binnen worden gestekt?

    Portulaca kan prima binnen worden gestekt. Zet de stekjes op een warme en lichte plek, maar liever niet in de felle zon achter glas. Zo drogen ze niet te snel uit.

    Kun je Portulaca ook in water stekken?

    Het is mogelijk, maar Portulaca stekt makkelijker direct in de aarde. In water wortelen de stengels soms minder goed en kunnen ze gaan rotten.

    Kan ik Portulaca stekken in de herfst?

    De herfst is minder geschikt om Portulaca te stekken. De dagen zijn dan korter en kouder. De kans dat stekjes goed wortelen, is het grootst in het voorjaar of de zomer.

    Hoe lang duurt het voordat Portulaca stekken wortels krijgen?

    Meestal krijgen Portulaca stekken binnen twee weken wortels, soms wat sneller als ze op een warme plek staan.

  • Help jouw geraniums door moeilijke tijden: veelvoorkomende problemen en oplossingen

    Help jouw geraniums door moeilijke tijden: veelvoorkomende problemen en oplossingen

    Gele bladeren en slappe planten door te veel of te weinig water

    Een bekend verschijnsel bij geraniums die problemen hebben, is het krijgen van gele bladeren. Vaak komt dit doordat de plant te veel of te weinig water krijgt. Geraniums houden van vocht, maar niet van natte voeten. Hun wortels kunnen gaan rotten in potten zonder goede afwatering. Om dit te voorkomen, is het slim om altijd een gat onderin de pot te maken. Zo kan overtollig water eruit lopen na een stevige regenbui of een fikse gietbeurt. Als de bladeren juist droog en slap aanvoelen, geef de plant dan wat vaker water. Vooral op warme dagen hebben geraniums meer dorst. Check regelmatig de bovenste centimeter van de potgrond: als die droog aanvoelt, mag je bijgieten. Zet geraniums bij harde regen wat meer onder een afdak, zodat ze niet te nat worden.

    Weinig bloemen en slechte groei door te weinig zonlicht of voeding

    Het is teleurstellend als jouw geraniums veel blad, maar weinig bloemen geven. Vaak komt dit doordat de plant te donker staat of niet genoeg voeding krijgt. Geraniums zijn zonaanbidders: ze doen het het beste op een lichte, zonnige plek, het liefst met minstens vijf uur zon per dag. Zet je ze te donker, dan maken ze vooral bladeren en nauwelijks bloemknoppen. Ook voeding speelt een rol. Een geranium in een kleine pot heeft snel alle voeding uit de grond gehaald. Gebruik daarom in het groeiseizoen plantenvoeding speciaal voor bloeiende planten, iedere twee weken een beetje. Let ook goed op de potmaat: te kleine potten drogen sneller uit en geven minder voeding, dus kies liever een maatje groter als de plant snel groeit.

    Plaaggeesten: bladluis, witte vlieg en schimmel

    Naast te veel water of gebrek aan zon kunnen ook kleine beestjes en ziekten jouw geraniums zwak maken. Bladluis en witte vlieg zijn bekende boosdoeners. Je ziet ze vaak zitten op de onderkant van jonge blaadjes of langs de bloemstengels als lichtgroene of witte puntjes. Ze zuigen sap uit de plant, waardoor bladeren kunnen vergelen of misvormd raken. Spuit de plant af met een harde waterstraal of wrijf voorzichtig met een zachte doek de beestjes weg. Bij ernstige besmettingen helps een milieuvriendelijke spray op basis van zeep. Schimmel zie je meestal als zachte grijze of witte aanslag op bladeren, vooral bij nat en koel weer.

    • Bladluis: Ze zuigen sap, wat leidt tot vergeling of misvormde bladeren. Verwijder ze met een harde waterstraal of veeg ze schoon; bij hardnekkige besmetting gebruik een zeepoplossing.
    • Witte vlieg: Kleine, lichtgroene of witte stipjes; zuigen sap. Behandel door af te spoelen of met een zeepspray.
    • Schimmel: Zachte grijze of witte aanslag op bladeren; verwijder aangetaste delen en zorg voor voldoende luchtcirculatie en beschutting bij nat weer.

    Haal aangetaste bladeren zo snel mogelijk weg en zorg dat takken en bloemen niet te dicht op elkaar staan. Zo kan de lucht goed langs de planten stromen en droogt het blad weer snel op. Zet geraniums bij lange regenperiodes beschut weg zodat het blad minder nat blijft.

    Het juiste moment om te snoeien en oude bloemen uit de plant halen

    Door jouw planten goed te snoeien, kun je veel ellende voorkomen. Een geranium bloeit langer als je regelmatig de oude, uitgebloeide bloemen weghaalt. Hierdoor stopt de plant geen energie meer in die oude bloemen, maar juist in het maken van nieuwe knoppen. Je kunt uitgebloeide bloemen gewoon met de hand afknippen of afbreken. Ook het weghalen van lelijke of dode bladeren werkt goed. Dit voorkomt dat er schimmel tussen oud blad ontstaat. In het voorjaar mag je geraniums flink terug snijden als ze te lang of uit model zijn geworden. Gebruik hiervoor altijd een schoon en scherp mes of schaartje om wondjes aan de plant netjes te houden. Regelmatig snoeien maakt de plant bossig en zorgt voor meer bloei. Zo houd je jouw geraniums fris en gezond, zelfs als ze het eventjes moeilijk hebben.

    Veelgestelde vragen over problemen met geraniums

    Waarom laten mijn geraniums hun bloemen vallen?

    Wanneer geraniums bloemen verliezen, is dat vaak door te veel vocht, te weinig licht of schommelingen in temperatuur. Zet de plant op een lichte plek en zorg voor een goede afloop van overtollig water.

    Wat doe ik aan gele bladeren bij mijn geraniums?

    Gele bladeren bij geraniums kunnen duiden op waterproblemen of te weinig voeding. Kijk of de potgrond niet constant nat is en geef af en toe plantenvoeding, vooral in het groeiseizoen.

    Hoe voorkom ik schimmel op geraniums?

    Schimmelproblemen op geraniums voorkom je door oude bladeren en bloemen steeds weg te halen. Zet planten niet te dicht op elkaar en plaats ze bij nat weer zoveel mogelijk beschut. Lucht zorgt dat bladeren sneller drogen.

    Mijn geraniums krijgen geen bloemen meer, wat kan ik doen?

    Wanneer geraniums geen bloemen meer krijgen, helpt het vaak om de plant op een zonnige plek te zetten en regelmatig oude bloemen te verwijderen. Extra voeding tijdens de bloei helpt ook om knoppen te laten groeien.

    Hoe herken ik bladluis of witte vlieg op geraniums?

    Bladluis en witte vlieg zijn als kleine puntjes zichtbaar aan de onderkant van de bladeren of langs stelen. Let op plakkerige plekken of misvormde bladeren, dat wijst vaak op deze plaag.

  • Zo groeit de oleander volop in de volle grond

    Zo groeit de oleander volop in de volle grond

    Een oleander in de volle grond zorgt voor prachtige bloemen en een mediterrane sfeer in je tuin. Deze opvallende plant komt uit het zuiden van Europa en staat bekend om zijn lange bloeiperiode. Veel mensen kiezen ervoor om een oleander niet in een pot, maar direct in de tuin te plaatsen. Dat heeft voordelen en vraagt om de juiste verzorging. In deze blog lees je hoe je jouw oleander laat stralen als tuinplant.

    Kiezen voor een zonnige en beschutte plek

    Oleanders houden van warmte en zonlicht. Zet je deze plant in de volle aarde, geef hem dan een plek waar hij veel zon krijgt. Liefst staat de struik beschut tegen harde wind, bijvoorbeeld bij een muur of schutting. Daar blijft hij warmer en wordt hij beschermd in koude nachten. Let erop dat de grond goed waterdoorlatend is. Bij stilstaand water kunnen de wortels gaan rotten. Zware kleigrond kan je verbeteren met wat zand, zodat overtollig water makkelijk weg kan lopen. Door een goede plek te kiezen, geef je jouw struik de start die hij nodig heeft.

    Water geven en voeding voor gezonde groei

    Tijdens droge periodes heeft een nerium, zoals deze plant ook wel heet, extra aandacht nodig. Geef in de eerste maanden na het aanplanten regelmatig water. Let goed op: houd de aarde vochtig, maar niet te nat. Als de plant eenmaal goed geworteld is, kan hij wat beter tegen droogte. Toch kun je bij een lange droge periode blijven gieten. Voeg in het voorjaar wat organische mest toe. Zo krijgt de struik genoeg voedingsstoffen om veel bloemen aan te maken en frisgroene bladeren te houden. Te veel mest is niet goed, want dat kan de groei verstoren. Eén keer per jaar bemesten is voldoende.

    Bloei en snoei van de struik

    Een oleander staat bekend om zijn uitbundige bloemen. Van juni tot soms ver in september bloeit de plant met witte, roze, rode of gele bloemen. Om de bloei te bevorderen, kun je uitgebloeide bloemen weghalen. Hierdoor steekt de plant zijn energie niet in het vormen van zaad, maar in nieuwe knoppen. Wil je de plant in vorm houden of te hoge takken inkorten? Snoei dan na de bloei. Gebruik handschoenen, want het sap van de oleander is giftig. Gooi afgevallen bloemen en takken bij het restafval, zodat dieren er niet bij kunnen komen. Met eenvoudige verzorging geniet je maandenlang van kleur in de tuin.

    Overwinteren en beschermen tegen kou

    Deze sierplant verdraagt lichte nachtvorst, maar kan niet goed tegen langdurige strenge winter. In de Randstad en bij zachte winters blijft de struik meestal mooi groen. In strenge winters kun je hem beschermen. Dek de wortelzone af met bladeren of stro. Wikkel de struik bij echt koude nachten in vliesdoek of noppenfolie. Jonge planten zijn gevoeliger voor vorst dan oude, stevige struiken. De kans dat een goed gewortelde plant in de volle grond een winter overleeft, is veel groter dan bij een plant in een pot. Dit is één van de belangrijkste redenen om te kiezen voor aanplant direct in de tuin.

    Groeien en genieten met een mediterrane sfeer

    Wie kiest voor een oleander in de tuin, haalt de sfeer van het zuiden naar Nederland. De plant groeit langzaam uit tot een struik van soms wel twee tot drie meter hoog. Dit maakt hem geliefd als accent in de tuin of als haagplant. Je hoeft niet veel te doen om deze sierstruik te laten schitteren: een goede plek, genoeg licht en af en toe wat zorg zijn de belangrijkste punten. Dankzij zijn stevige, groene bladeren blijft de tuin ook buiten de bloeitijd mooi. Let wel goed op kleine kinderen en huisdieren, want alle delen van de nerium zijn giftig bij inname.

    Veelgestelde vragen over de verzorging van oleander in volle grond

    • Wanneer is het beste moment om een oleander in volle grond te planten? Het beste moment voor het aanplanten is in het voorjaar, zodra de kans op nachtvorst klein is. De plant kan dan goed wortelen voor de volgende winter.
    • Hoe vaak moet je een oleander water geven? Geef tijdens droge periodes iedere week water. Zorg vooral na het aanplanten voor voldoende vocht, maar vermijd te natte grond.
    • Hoe groot kan mijn oleander in de volle grond worden? De struik kan, als hij veel zon en voldoende ruimte heeft, wel twee tot drie meter hoog worden en breed uitgroeien.
    • Is het veilig om een oleander in de tuin te planten met kinderen en huisdieren? De plant is giftig wanneer je delen ervan opeet. Plaats ze dus buiten het bereik van kinderen en zorg dat huisdieren niet op de bladeren of bloemen kauwen.
    • Moet ik mijn oleander snoeien, en zo ja, wanneer? Snoeien is niet verplicht, maar helpt om de struik in vorm te houden. Doe dit na de bloei, bij voorkeur in de herfst, en draag handschoenen om huidcontact met het sap te voorkomen.
  • Canna veilig laten overwinteren in volle grond

    Canna veilig laten overwinteren in volle grond

    De gevoeligheid van canna’s voor kou

    Een canna is gevoelig voor vorst, omdat haar wortelstokken weinig bescherming bieden. In landen waar het altijd warm blijft, hoeft de plant niet te worden beschermd. In Nederland, België of Duitsland kan het ‘s winters flink vriezen. De wortels kunnen dan bevriezen en afsterven. Toch zijn er steeds meer tuiniers die hun canna’s in de grond laten zitten en er succes mee hebben. De kans op schade is vooral groot bij jonge planten en op plekken waar de grond nat blijft staan. Vooral natte winters zijn lastig voor deze tropische plant. Na een zachte winter zie je in het voorjaar vaak alweer snel de eerste scheuten boven de grond uit komen, als de plant het heeft overleefd.

    De juiste plek kiezen maakt verschil

    Bepaal goed waar je de canna in de volle grond zet. Een beschutte plek, bijvoorbeeld tegen een muur of een schutting, helpt om koude wind en extreme kou te voorkomen. Staan je canna’s op een hoger stukje in de tuin, waar regenwater snel weg kan zakken, dan is de kans op overleving groter. Op plekken waar veel water blijft staan in de winter, kunnen de wortelstokken gaan rotten. Zorg als het kan voor een plek waar de zon vaak schijnt. Zo droogt de grond sneller op. Dat helpt de planten om het koude seizoen te doorstaan.

    Bescherming aanbrengen voor de winter

    Nog voor het gaat vriezen moet je de grond boven de wortelstokken goed beschermen. Gebruik hiervoor een dikke laag mulch. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit bladeren, stro, houtsnippers of dennennaalden. Dek de hele voet van de plant ruim af. Mulch werkt als een soort warme deken en houdt de ergste vorst tegen. Vaak wordt een laag van dertig tot veertig centimeter aangeraden. Soms leggen mensen hier ook nog een vliesdoek of jute zak bovenop, zeker tijdens extra koude nachten. Let er op dat de mulchlaag niet te nat wordt, want vocht geeft juist problemen. Gebruik nooit plastic, want dan blijft het onder de laag te vochtig en gaan de wortels rotten.

    • bladeren
    • stro
    • houtsnippers
    • dennennaalden

    Zorg na de winter voor een frisse start

    Het voorjaar breekt aan zodra de kans op nachtvorst kleiner wordt. Haal langzaam de mulch weg als het buiten warmer blijft. Dit zorgt dat de canna makkelijker uitloopt. Schiet de plant niet uit na een paar weken? Soms heeft zij iets meer tijd nodig, zeker na een langere periode van kou. Om het uitlopen te versnellen, kun je de grond voorzichtig losmaken en eventueel een beetje compost toevoegen. Zie je jonge scheuten tevoorschijn komen, laat ze dan met rust tot ze sterker zijn. Houd de grond in deze periode licht vochtig, maar voorkom natte voeten. Na een geslaagde overwintering in de volle grond kun je de canna in de zomer weer volop zien bloeien.

    Alternatieven voor strenge winters

    Soms wordt het in de Nederlandse winter toch echt te koud of te nat. In dat geval kun je overwegen om de wortelstokken uit te graven en binnen te bewaren. Dit doe je nadat het blad afgestorven is, meestal aan het eind van de herfst. Maak de knollen schoon, laat ze goed drogen en bewaar ze op een koele, droge plek zoals een kelder of schuur. Op deze manier blijft de canna veilig tot het volgende voorjaar. Dit alternatief kost wat extra werk, maar het verkleint de kans op verlies van je mooie plant.

    Meest gestelde vragen over canna overwinteren in volle grond

    Wat is de beste periode om canna’s te beschermen tegen de winter? Je kunt het beste de beschermlaag aanbrengen als het blad van de canna geel wordt en de nachttemperaturen richting het vriespunt gaan. Meestal is dit eind oktober of begin november.

    Waarmee kan ik het beste de wortelstokken van canna’s bedekken? Je kunt blad, stro, houtsnippers of dennennaalden gebruiken als een natuurlijke beschermlaag. Een combinatie hiervan werkt ook goed, zolang je zorgt voor voldoende isolatie en het materiaal niet te nat wordt.

    Kan een canna overleven tijdens een strenge winter zonder extra bescherming? Zonder bescherming is de kans groot dat de wortels van de canna bevriezen en de plant niet terugkeert in het voorjaar. Extra bedekking is dus bijna altijd nodig in Nederlandse tuinen.

    Hoe weet ik of mijn canna nog leeft na de winter? Als het voorjaar begint, kun je voorzichtig de mulch weghalen. Zie je na enkele weken jonge, groene scheuten uit de grond komen? Dan heeft je canna het overleefd. Soms duurt dit tot eind mei, afhankelijk van het weer.

    Helpt het om de canna’s op een verhoogd bed te planten? Op een verhoogd bed kan het regenwater sneller wegzakken. Dit vermindert de kans dat de wortels nat blijven en rotten, waardoor de kans op overwintering groter is.