Gezonde groenten en een sterke bodem met wisselteelt in de moestuin

De basis van gewaswisseling

Bij gewaswisseling verdeel je je groenten in groepen. Elke groep krijgt elk jaar een andere plek in je tuin.

  • Vruchtgroenten zoals tomaten en courgettes
  • Wortelgewassen zoals wortels en pastinaak
  • Bladgewassen zoals sla en spinazie
  • Koolgewassen zoals broccoli en spruitkool

Door steeds te wisselen, kan de bodem zich herstellen en raken ziektes niet ingeburgerd. Bepaalde plagen en schimmels overleven vaak maar kort als hun favoriete plantsoort niet terugkomt.

Voordelen voor de bodem en de oogst

Deze aanpak heeft veel voordelen. Planten uit dezelfde familie vragen vaak dezelfde voedingsstoffen uit de aarde. Wanneer zij elk jaar op dezelfde plaats staan, raakt deze arm aan enkele stoffen. Door elk jaar te wisselen, krijgen planten telkens de voedingsstoffen die zij nodig hebben. De grond blijft rijker en gezonder.

Daarnaast groeien groenten vaak beter, omdat ze minder last krijgen van ziektes of bodemmoeheid. Je zult zien dat je een betere oogst krijgt en dat je minder hoeft in te grijpen met bestrijdingsmiddelen.

Praktisch aan de slag met wisselteelt

Het opzetten van een schema voor teeltwisseling is makkelijk. Teken je moestuin op papier en verdeel deze in vakken. Noteer welke groentegroep je in elk vak wilt zetten. Het jaar erop schuift elke groep door naar het volgend vak. Als je vier vakken hebt, duurt het vier jaar tot een groentegroep weer op dezelfde plaats komt. Heb je minder ruimte, dan kun je drie vakken gebruiken. Ook zijn er eenvoudige schema’s online te vinden die je helpen bij het plannen. Door een vast schema aan te houden, hoef je minder vaak bij te mesten en kun je gericht aanplanten.

Tips voor beginners en veelgemaakte fouten

  • Voor wie net begint, klein te starten. Kies eerst een paar makkelijk te telen groenten per groep.
  • Houd ieder jaar bij wat je waar hebt geplant.
  • Sommige groenten, zoals aardappels, nemen veel voedingsstoffen op; andere, zoals bonen en doperwten, geven juist stikstof terug aan de bodem.
  • Plaats daarom bonen na een gewas dat veel voeding vraagt.
  • Een veelgemaakte fout is om vergeten te wisselen of per ongeluk dezelfde groep groenten achter elkaar op dezelfde plaats te planten.
  • Maak daarom een plattegrondje van je tuin en bewaar dit goed. Zo kun je makkelijk opvolgen waar je de jaren ervoor hebt gewerkt.

Slim combineren voor een fijne tuin

Het combineren van verschillende teeltsystemen maakt je tuin gezonder. Je kunt bijvoorbeeld wisselteelt gebruiken samen met combinatieteelt. Bij combinatieteelt zet je planten naast elkaar die elkaar helpen met groei of bescherming tegen plagen. Denk aan ui en wortel: samen jagen ze de wortelvlieg weg. Wisselen en combineren zorgen er samen voor dat je minder last hebt van ziekten, plagen en voedingstekorten. Je hoeft minder vaak te spuiten en kunt langer genieten van een rijke oogst uit eigen tuin.

Veelgestelde vragen over wisselteelt moestuin

Hoe lang duurt een cyclus van gewaswisseling in de moestuin?

Een cyclus van gewaswisseling duurt meestal drie tot vier jaar. Zo krijgt elke groentegroep genoeg tijd om niet achter elkaar op dezelfde plek te staan.

Kan ik wisselteelt toepassen in een kleine tuin?

Wisselteelt kan ook in een kleine tuin. Je kunt zelfs met drie vakken werken en toch zorgen voor variatie en gezonde grond.

Moet je altijd precies dezelfde groentegroepen gebruiken?

Je bent niet verplicht om altijd dezelfde groepen te houden. Sommige mensen passen het aan hun eigen smaak aan, maar let erop dat je soorten groepeert die ongeveer dezelfde voeding uit de grond halen.

Wat gebeurt er als je niet wisselt met je gewassen?

Als je niet wisselt met je gewassen, raakt de grond uitgeput en krijgen plagen of ziektes meer kans. Planten groeien minder goed en de oogst wordt vaak kleiner.

Is wisselteelt hetzelfde als combinatieteelt?

Wisselteelt en combinatieteelt zijn niet hetzelfde. Wisselen betekent plekken afwisselen per jaar, terwijl combineren draait om planten naast elkaar zetten die elkaar helpen.