Blog

  • Vroeger zaaien en langer oogsten met de koude bak moestuin

    Vroeger zaaien en langer oogsten met de koude bak moestuin

    De basis van een koude bak op een rij

    Een koude bak bestaat uit een rechthoekige of vierkante bak zonder bodem, die direct op de grond staat. Je vult deze met aarde, zodat planten vanuit de bak hun wortels de volle grond in kunnen laten groeien. Aan de bovenkant zit een los deksel met doorzichtige platen of ruiten, zodat het licht er goed door kan. Deze kap beschermt je gewassen tegen kou, harde regen, wind en dieren als vogels of katten. Omdat de bak dicht is, ontstaat er binnenin een iets warmer en droger klimaat dan buiten. De temperatuur gaat, zelfs op een frisse of bewolkte dag, vaak al snel omhoog in de middag. Planten groeien onder deze omstandigheden sneller en zijn beter beschermd dan in de rest van je tuin.

    Een verlengd tuinseizoen zonder kas

    Zodra in de lente de zon zich iets vaker laat zien, kun je in de koude bak moestuin beginnen met zaaien of planten. Er kan soms al gestart worden als het buiten nog te koud is voor jonge plantjes. Doordat je beschut tuiniert, krijgen jonge zaailingen de kans om te wennen aan het buitenleven, terwijl ze niet meteen worden blootgesteld aan koude nachten of plotselinge regenbuien. Ook in het najaar verleng je de oogst. Sommige groenten en kruiden blijven in een koude bak tot ver in de herfst of zelfs winter overeind en eetbaar, terwijl de rest van de tuin al leeg is. Denk hierbij aan spinazie, sla, radijsjes of winterpostelein.

    Meer plantkeuze en minder zorgen

    Dankzij het beschermde klimaat in een koude bak kun je meer soorten groente proberen. Planten die normaal veel warmte nodig hebben, doen het beter wanneer ze binnen de beschutting opgroeien. Tomaten, peper, aubergine of bijvoorbeeld komkommer kunnen langer doorgroeien. De groente of kruiden worden daarnaast minder snel aangetast door hagel, harde wind en veel regen. Met de kap is de kans op vraat door slakken en vogels kleiner. Je hoeft minder bang te zijn voor vorst of onverwachte koude nachten. Rustig water geven en luchten door het deksel op een kier te zetten is genoeg om het binnenklimaat prettig te houden voor jouw planten.

    Zelf een koude bak maken of kiezen

    Een koude bak is niet moeilijk om zelf te maken. Gebruik stevige houten planken of een oud raamkozijn en monteer een opklapbare kap met doorzichtig kunststof of glas. Zorg dat je het deksel open kunt zetten voor frisse lucht, vooral op warme dagen. In tuincentra en online zijn ook kant-en-klare bakken te koop. Let goed op de afmetingen, zodat de bak past op de plek die je beschikbaar hebt. Kies een stukje van de tuin waar genoeg zon komt, want in de schaduw groeit bijna niets. Plaats de bak op een vlak stuk aarde, zodat het water goed kan weglopen en planten geen natte voeten krijgen.

    Onderhoud en optimaal gebruik van de koude bak

    Enkele handelingen helpen je bak goed te houden. Haal na een flinke regenbui overtollig water weg van het deksel en veeg dode bladeren of resten weg zodat er geen schimmel ontstaat. Op zonnige dagen is het slim het deksel op een kier te zetten zodat er genoeg frisse lucht bij kan. Hierdoor voorkom je schimmel en zorg je dat je planten niet verbranden in de hitte. Reinig het doorzichtige materiaal af en toe zodat er altijd veel licht binnenkomt. Maak de grond in de bak af en toe los en geef regelmatig water, want de aarde kan sneller opdrogen dan buiten. Wissel elk jaar de plek van je koude bak en de soorten groente voor gezonde grond en sterke planten.

    Veelgestelde vragen over de koude bak moestuin

    • Welke soorten groenten groeien goed in een koude bak moestuin?

      In een koude bak groeien vooral bladgroenten zoals sla, spinazie en veldsla erg goed. Ook vroege worteltjes, radijs, tuinkers, koolrabi en kruiden zoals peterselie of bieslook doen het er prima. Voor het najaar zijn winterpostelein en snijbiet geschikt.

    • Wanneer kan ik het beste starten met zaaien in een koude bak moestuin?

      Al in februari of maart kun je zaaien als je de koude bak goed afsluit. De grond is dan sneller warm dan erbuiten en de kans op schade van nachtvorst is kleiner. In het najaar kun je vaak langer doorgaan tot in november.

    • Moet ik extra verwarmen in een koude bak moestuin?

      Verwarmen is niet nodig bij een koude bak. Het doorzichtige dak houdt warmte van de zon vast. Het kan soms wel nodig zijn om op heel koude nachten extra bescherming zoals vliesdoek te gebruiken.

    • Wat is het verschil tussen een koude bak en een kas?

      Een koude bak is lager en meestal zonder aparte vloer. Het is vooral bedoeld voor bescherming in het vroege voorjaar en late najaar. Een kas is vaak groot genoeg om in te staan en biedt het hele jaar door beschutting, soms ook met verwarming.

    • Hoe voorkom ik schimmel of rot in de koude bak?

      Lucht de bak elke dag, vooral bij zon. Haal dode bladeren en resten weg. Maak het doorzichtige dak af en toe schoon en geef niet te veel water.

  • Canna overwinteren: Zo help je je tropische plant de winter door

    Canna overwinteren: Zo help je je tropische plant de winter door

    Canna overwinteren is belangrijk, omdat deze tropische plant niet goed tegen kou kan. Veel mensen genieten in de zomer van de grote bladeren en prachtige bloemen van de canna, maar als het koud wordt, hebben deze planten extra zorg nodig. Met de juiste stappen kun je je canna elk jaar opnieuw laten groeien. In deze blog lees je hoe je dat aanpakt, waar je op moet letten en wat je vooral niet moet vergeten.

    Waarom de canna bescherming nodig heeft

    De canna is een plant die oorspronkelijk uit warmere, tropische gebieden komt. In landen als Nederland kan het in de herfst en winter vaak vriezen. Nachtvorst kan ervoor zorgen dat de wortels of knollen van de plant bevriezen en daardoor doodgaan. Canna’s worden ook bloemriet genoemd en zijn dus niet winterhard. Dit betekent dat ze niet vanzelf de koude maanden overleven. Je moet ze beschermen, zodat je ze in het voorjaar weer buiten kunt zetten. Zeker als de winter strenger wordt, hebben de knollen bescherming nodig. Zo blijft de plant gezond.

    Wanneer je de canna binnen moet halen

    Het is belangrijk om goed op het weer te letten als je een canna hebt. Zodra de eerste nachtvorst wordt voorspeld, is het tijd om te handelen. Vaak gebeurt dat in oktober of november. Wacht niet te lang, want als de grond eenmaal bevroren is, kan dat schade veroorzaken aan de wortels. Je merkt vaak dat de bladeren slap worden na een nacht met kou. Dit is hét moment om de planten op te graven als ze in de tuin staan, of de pot binnen te zetten als je ze in een bloempot hebt. Als je te lang wacht, kunnen de knollen teveel kou pakken. Door op tijd te zijn, geef je jouw plant een veel grotere kans om het volgend jaar weer goed te doen.

    Hoe je de canna moet voorbereiden op de winter

    • Knip je eerst alle stelen en bladeren af, ongeveer tien tot vijftien centimeter boven de grond. Zo zorg je ervoor dat er geen rot ontstaat.
    • Haal de knollen uit de grond met wat aarde eraan, zodat de wortels niet beschadigen.
    • Laat de knollen een dag drogen op een droge en luchtige plek.
    • Daarna kun je ze opbergen in een doos of kist, bijvoorbeeld met droge turfmolm, zaagsel of krantenpapier.
    • Het doel is om de knollen droog te houden, maar niet helemaal uit te laten drogen.
    • Heb je de canna in een pot, zet deze pot dan op een vorstvrije plaats zoals een schuur, garage of kelder waar het niet te warm wordt. De ideale temperatuur ligt rond de tien graden.
    • Geef geen water in de winter, want natte knollen kunnen gaan rotten.

    In het voorjaar weer terug naar buiten

    • Na de winter is het belangrijk om te wachten tot de kans op nachtvorst helemaal voorbij is. Meestal is dat in mei.
    • Haal de knollen uit hun winterplaats, kijk of ze nog stevig zijn en geen rotte plekken hebben.
    • Je kunt de canna dan weer terugzetten in de grond of in een grotere pot zetten als dat nodig is.
    • Het is slim om verse potgrond te gebruiken.
    • Geef de planten wat water en een beetje mest om ze op gang te helpen.
    • Binnen een paar weken zie je vaak alweer de eerste uitlopers verschijnen.
    • Zo heb je elk jaar weer plezier van deze mooie plant.
    • Door de canna goed te overwinteren, blijft hij gezond en bloeit hij langer en rijker in de zomer.

    Veelgestelde vragen over canna overwinteren

    Wanneer moet ik mijn canna uit de tuin halen voor de winter? Je haalt de canna uit de tuin vlak na de eerste nachtvorst, als de bladeren slap gaan hangen. Wacht niet tot de grond helemaal bevroren is. Zo voorkom je schade aan de knollen.

    Waar bewaar ik mijn canna knollen tijdens de winter? Bewaar de canna knollen op een droge en koele plek, zoals een schuur, kelder of garage waar het niet kouder wordt dan vijf graden en niet warmer dan vijftien graden. Op deze plaats kunnen de knollen niet bevriezen en blijven ze het beste bewaard.

    Moet ik mijn canna knollen water geven als ze binnen staan in de winter? Geef in de winter geen water aan de canna knollen. Als de knollen nat zijn, kunnen ze gaan rotten. Laat ze in deze periode droog staan en gebruik eventueel kranten of zaagsel om vocht op te nemen.

    Hoe weet ik of mijn canna knollen nog goed zijn in het voorjaar? In het voorjaar kun je de canna knollen controleren door voorzichtig te voelen. Ze horen stevig aan te voelen en mogen niet zacht of beschimmeld zijn. Als ze slap of bruin zijn, zijn ze niet meer goed.

    Kan ik mijn canna buiten laten staan als ik in een zachte winter woon? Het is niet verstandig om je canna buiten te laten staan, ook niet in een zachte winter. In Nederland kan het weer snel omslaan, waardoor de kans op vorst groot blijft. Binnen bewaren is altijd veiliger.

  • Afrikaantjes in de moestuin: kleur, kracht en bescherming

    Afrikaantjes in de moestuin: kleur, kracht en bescherming

    Natuurlijke bescherming tegen plagen

    Tagetes, zoals afrikaantjes eigenlijk heten, werken als een schild tegen sommige ongewenste dieren in de tuin. Hun wortels maken een stof die kleine wormpjes (aaltjes) in de grond minder kans geeft om schade te doen. Aaltjes kunnen wortels van groenten aantasten, waardoor planten minder goed groeien. Door een rand van deze bloemen rond je bedden te zetten, voorkom je vaak dit soort problemen. Niet alleen de wortels, ook de geur boven de grond houdt luizen en witte vliegjes op afstand. Zo zijn afrikaantjes een natuurlijke manier om plagen te voorkomen, zonder dat je hoeft te spuiten.

    Goed voor de bodem en andere planten

    Met het zaaien of planten van deze bloemen maak je de grond gezonder. Ze halen zelf voeding uit de bodem, maar laten ook na het verwijderen hun resten achter, rijk aan organisch materiaal. Zo helpen ze de bodem verbeteren als je ze aan het einde van het seizoen ondergraaft. Doordat tagetes aaltjes tegengaan, hebben daaropvolgende planten hun wortels weer vrij. Dit werkt vooral goed bij het afwisselen van groenten (wisselteelt) in de moestuin. Zo geef je bijvoorbeeld tomaten, wortels of bonen extra steun.

    Kleur en aantrekkingskracht voor bijen en insecten

    Het is niet alleen voor de bescherming handig om deze bloemen te planten. De oranje en gele bloemblaadjes fleuren de tuin op en maken het een fijnere plek om te werken. Ook trekken afrikaantjes veel bijen en andere nuttige diertjes aan, zoals lieveheersbeestjes. Deze dieren helpen je weer door onder andere bladluizen te eten of je groenten te bestuiven. Daardoor groeien je planten beter en krijg je een rijkere oogst. Een gezonde tuin is een tuin vol leven, en deze bloemen trekken dat leven aan.

    Eenvoudig te zaaien en te verzorgen

    Het voordeel van afrikaantjes is dat ze gemakkelijk zijn om te kweken. Je stopt de zaadjes na de laatste nachtvorst gewoon in de grond, het liefst op een zonnige plek. Het grootste deel van de zomer bloeien ze uitbundig. Je hoeft ze weinig water te geven en de bloemen houden niet van natte voeten. Als je uitgebloeide bloemen afknipt, komen er steeds weer nieuwe bij. Zo kun je tot aan de herfst genieten van hun kleuren. Aan het eind van het seizoen kun je de planten laten uitdrogen, om ze daarna onder te spitten of op de composthoop te gooien.

    Afrikaantjes als onderdeel van slimme tuinmix

    Veel mensen kiezen voor een mengsel van bloemen en groenten in hun tuin. Door afrikaantjes naast sla, worteltjes of tomaten te zetten, maak je gebruik van hun positieve invloed. Soms worden ze ook wel “stinkertjes” genoemd, vanwege hun uitgesproken geur. Deze geur maakt dat sommige schadelijke insecten liever wegblijven, terwijl nuttige dieren zich thuis voelen. Denk er bij het plannen van het seizoen aan waar je deze bloemen het beste plaatst, bijvoorbeeld aan de rand van bedden of tussen lange rijen groenten. Op die manier heb je het meeste voordeel van hun bestrijdende en lokkende eigenschappen.

    Veelgestelde vragen over afrikaantjes in de moestuin

    • Wat doen afrikaantjes tegen aaltjes?

      De wortels van afrikaantjes scheiden een stof uit die schadelijke aaltjes in de grond minder levend maakt. Zo blijft de bodem gezonder en worden de wortels van groenten niet aangetast.

    • Trekken afrikaantjes ook bijen aan?

      Door de felle kleuren en de nectar komen er veel bijen, vlinders en andere nuttige insecten op afrikaantjes af. Dit helpt bij het bestuiven van je groenten en bloemen in de tuin.

    • Kunnen afrikaantjes tussen alle groenten worden geplant?

      Deze plantjes passen bij bijna elke groente. Ze werken goed tussen wortels, sla, bonen en tomaten. Ze zijn alleen minder geschikt naast bepaalde sierplanten die niet van de sterke geur houden.

    • Hoe lang duurt het voordat afrikaantjes bloeien?

      Na het zaaien van tagetes duurt het meestal zes tot acht weken tot ze gaan bloeien. Daarna kun je maandenlang genieten van hun kleur in de moestuin.

    • Hebben afrikaantjes veel verzorging nodig?

      Deze bloemen zijn sterk en vragen weinig aandacht. Ze doen het goed op een zonnige plek en kunnen prima tegen droogte. Alleen bij erg nat weer kunnen ze minder goed groeien.

  • Boerenjasmijn snoeien voor gezonde en volle bloemen

    Boerenjasmijn snoeien voor gezonde en volle bloemen

    Witte bloemenpracht behouden met goed onderhoud

    Boerenjasmijn snoeien geeft elk jaar weer een mooie volle struik vol frisse, witte bloemen. Deze struik – met de Latijnse naam Philadelphus – staat bekend om zijn heerlijke geur en de opvallende bloei in het voorjaar en de vroege zomer. Zonder onderhoud kan de struik echter rommelig worden en steeds minder bloemen geven. Regelmatig knippen helpt om de vorm mooi te houden en jonge twijgen ruimte te geven. Zo krijgt de struik genoeg licht en lucht binnenin, waardoor je langer geniet van gezonde bloemen.

    Het beste moment voor het snoeien van boerenjasmijn

    De juiste tijd kiezen is belangrijk bij het snoeien van je boerenjasmijn. Veel mensen denken dat elke maand wel goed is, maar dat is niet zo. Een lichte snoei doe je vlak na de bloei, meestal in juni of juli. Dan knip je de uitgebloeide takken terug tot net boven een jonge scheut. Op die manier bloeit de struik het volgende jaar weer volop. Wil je de struik flink verjongen, dan pak je dit aan in maart of het vroege voorjaar. Oude dikke takken kun je dan bij de grond afknippen, zodat jonge scheuten van onderaf kunnen groeien. Als je te laat in de zomer knipt, loop je het risico dat de struik minder nieuwe bloemen maakt.

    Zo werk je veilig en netjes tijdens het snoeien

    Goede voorbereidingen maken het snoeien makkelijker. Zorg dat je snoeischaar schoon en scherp is voordat je begint. Een botte schaar geeft een rafelige wond, waar ziektes makkelijker kunnen binnendringen. Kijk eerst goed naar de struik. Zoek droge, zieke of oude, dikke takken. Deze kun je tot bijna aan de grond wegknippen. Let erop dat je niet alleen bovenin knipt, want boerenjasmijn bloeit op meerjarig hout. Te veel jonge scheuten weghalen zorgt voor minder bloemen. Laat juist de gezonde, nieuwe twijgen staan. Ga rustig te werk en loop soms een rondje om de struik. Zo zie je of hij mooi in model blijft.

    Tips om de groeivorm en bloemproductie te behouden

    Als je elk jaar een beetje snoeit, blijft de boerenjasmijn jong en vol. Haal steeds een derde van de oudste takken weg, zodat de struik steeds wordt vernieuwd. Knip niet alleen bovenin, maar kijk naar welke takken kruisen of schuren. Die kun je ook wegnemen om wonden te voorkomen. Soms gaat de struik na een paar jaar wilde uitlopers maken. Deze kun je kort bij de stam afknippen. Gebruik altijd een schone, scherpe snoeischaar en draag eventueel tuinhandschoenen, zodat je veilig werkt. Zo behoud je een natuurlijk ogende struik, zonder een strakke of onnatuurlijke vorm. Wanneer je de plant goed verzorgt, krijg je jaar na jaar een struik vol bloemen.

    Hoe boerenjasmijn reageert op verschillende snoeimethoden

    Een zachte snoei vlak na de bloei zorgt voor een compacte struik die ieder jaar bloeit. De struik maakt op het oude hout – de takken van vorig jaar – nieuwe bloemknoppen aan. Als je juist elk jaar drastisch snoeit in het voorjaar, geeft de struik in het eerste jaar na het snoeien minder bloemen. Dit komt omdat jonge scheuten tijd nodig hebben om bloeirijp te worden. Wissel daarom lichte en zware snoei af voor het beste resultaat. Heb je een oude, grote struik die helemaal is dichtgegroeid, dan kun je hem gerust flink terugsnoeien. Geef de plant daarna even tijd om te herstellen. Binnen een paar jaar zie je weer veel frisse bloemen en blad.

    Veelgestelde vragen over boerenjasmijn snoeien

    Wanneer moet je boerenjasmijn voor het eerst snoeien?
    De eerste keer boerenjasmijn snoeien doe je na de eerste bloei, meestal als de plant ongeveer drie jaar oud is. Dan is de struik sterk genoeg om terug te knippen en jong te blijven.

    Wat doe je als boerenjasmijn jarenlang niet is gesnoeid?
    Een oude boerenjasmijn die niet is gesnoeid kun je in het vroege voorjaar flink terugsnoeien. Knip de oude, dikke takken tot de grond af. Nieuwe scheuten krijgen dan weer ruimte om te groeien. De bloei valt het eerste jaar dan wel vaak wat minder uitbundig uit.

    Is het erg als je een verkeerde tak wegknipt?
    Een enkele verkeerde knip bij boerenjasmijn is niet erg. De struik groeit snel bij en maakt meestal gewoon nieuwe scheuten aan. Wel is het handig om vooral op oud hout te snoeien en jonge scheuten te sparen voor de volgende bloei.

    Kun je boerenjasmijn elk jaar flink terugsnoeien?
    Nee, elk jaar alles zwaar terugsnoeien maakt de struik zwak en geeft weinig bloemen. Het is beter om jaarlijks wat oude takken te verwijderen en jonge takken te laten staan voor een volle, gezonde struik.

  • Met deze moestuin tips kweek jij straks de lekkerste groenten

    Met deze moestuin tips kweek jij straks de lekkerste groenten

    Een goede start voor jouw moestuin

    Moestuin tips zijn niet alleen handig voor beginners, ook wie al langer tuiniert kan ervan leren. Het starten van een moestuin lijkt soms lastig, maar met wat eenvoudige aanwijzingen kom je al een heel eind. Denk eerst goed na over de plek. Een moestuin heeft het liefst zo’n zes uur zon per dag, maar ook in schaduw kun je groenten laten groeien. Kies een stuk grond in je tuin of begin met bakken of potten als je minder plek hebt. Zorg altijd voor losse aarde die makkelijk water doorlaat. Begin klein en breid elk jaar een beetje uit, dan hou je het overzichtelijk en leuk.

    De juiste groenten kiezen maakt het verschil

    Niet elke groente groeit even makkelijk. Voor een goed resultaat is het slim om te starten met soorten die niet veel verzorging vragen. Denk aan radijs, sla, wortels of spinazie. Deze planten groeien snel en kunnen tegen een stootje.

    Denk aan de volgende groenten:

    • radijs
    • sla
    • wortels
    • spinazie
    • tomaten
    • courgettes
    • sperziebonen

    Deze planten groeien snel en kunnen tegen een stootje. Bedenk dat sommige groenten minder goed groeien naast elkaar; zoek daarom op welke soorten juist wel of niet bij elkaar geplant worden. Let ook op het seizoen waarop je zaait. Op de achterkant van een zaadzakje staat vaak wanneer en hoe diep je de zaden moet planten. Met deze simpele groente tips blijft tuinieren overzichtelijk en haalbaar.

    Verzorgen en beschermen van de planten

    Als je eenmaal aan de slag bent, is het van belang om regelmatig naar je planten te kijken. Houd de grond licht vochtig maar niet te nat. Een gieter met een fijne broes zorgt dat jonge plantjes niet beschadigen. Geef in warme periodes liever vaker een beetje water dan in één keer heel veel. Onkruid groeit vaak sneller dan je lief is. Haal het weg zodat je groenten genoeg ruimte krijgen. Plagen zoals slakken kun je tegengaan met een randje stro of een biervalletje. Vogels kun je buiten de tuin houden met netten. Goede moestuin tips zorgen ervoor dat je niet voor verrassingen komt te staan.

    Op tijd oogsten en verder genieten

    Het leukste moment is natuurlijk als je mag oogsten. Kijk goed wanneer je groenten klaar zijn om te eten. Jonge boontjes, malse sla of knapperige wortels smaken het lekkerst als je ze op tijd plukt. Wacht je te lang, dan kunnen ze taai worden of gaan doorschieten. Gebruik een scherp mesje om bladeren of vruchten af te snijden, zo beschadig je de plant niet. Sommige soorten blijven doorgroeien als je stukken oogst. Probeer altijd een beetje te spreiden, dan heb je een langere tijd plezier van verse oogst uit je eigen tuin.

    Veelgemaakte fouten bij het tuinieren

    Beginnende tuiniers maken vaak dezelfde fouten. Eén daarvan is te veel verschillende soorten tegelijk willen proberen. Hou het eenvoudig en kies hooguit vijf soorten voor het eerste jaar. Nog een veel voorkomende fout: geen rekening houden met de ruimte tussen planten. Zet ze niet te dicht op elkaar, want dan krijgen ze te weinig lucht en licht. Veel mensen vergeten ook om regelmatig te controleren op onkruid en plagen. Door elke paar dagen even te kijken, voorkom je dat problemen groot worden. Als je deze adviezen volgt, gaat je moestuin er vast beter uitzien en krijg je een mooie oogst.

    Meest gestelde vragen over tips voor de moestuin

    Hoeveel zon heeft een moestuin echt nodig?

    Voor een goed resultaat heeft een moestuin ongeveer zes uur zonlicht per dag nodig. In lichte schaduw groeien sommige bladgroenten ook goed.

    Wat kan ik het beste zaaien als ik begin met tuinieren?

    Als je begint kun je het beste makkelijke planten kiezen zoals radijs, sla, spinazie en wortel. Deze groeien snel en zijn weinig bewerkelijk.

    Hoe voorkom ik dat slakken mijn planten opeten?

    Slakken kun je tegengaan met een randje stro rondom de planten of door ’s avonds regelmatig slakken weg te halen. Een bakje met bier lokt ze ook.

    Moet ik elke dag water geven aan mijn groenten?

    Je hoeft niet elke dag water te geven. Houd de grond in de gaten: als de bovenlaag droog aanvoelt, geef dan wat water. Op warme dagen kan het vaker nodig zijn.

    Wat doe ik met planten die geel of slap worden?

    Als een plant geel of slap wordt, kan het zijn dat er te veel of te weinig water is gegeven. Controleer de aarde. Soms helpt extra voeding of verpotten naar verse grond.

  • Zo geef je de rozenbottelstruik een goede snoeibeurt

    Zo geef je de rozenbottelstruik een goede snoeibeurt

    Rozenbottel snoeien is een belangrijk onderdeel van het verzorgen van deze sterke struik, die je vaak in tuinen en langs wandelpaden tegenkomt. Deze planten geven mooie bloemen en na de bloei ontstaan de oranje tot rode vruchten: de rozenbottels. Snoeien zorgt niet alleen voor een gezonde struik, maar helpt ook om mooie nieuwe bloemen en vruchten te krijgen volgend jaar. In deze blog lees je hoe, wanneer en waarom je een rozenbottelstruik het beste kunt knippen, zodat hij blijft groeien en bloeien.

    Waarom snoeien goed is voor de rozenbottelstruik

    Het regelmatig knippen van een rozenbottelstruik houdt de plant gezond en sterk. Dode of zieke takken haal je weg, zodat er weer ruimte ontstaat en de struik luchtig blijft. Daarnaast stimuleert het knippen de groei van jonge takken. Dat levert vaak meer bloemen op, en dus ook meer vruchten. Door op de juiste manier te snoeien, verklein je de kans op ziekten. Schimmels kunnen zich bijvoorbeeld makkelijker verspreiden als er veel oude, dichte takken zijn. Een struik die goed in vorm blijft, ziet er bovendien mooier uit in de tuin.

    De beste tijd om rozenbottelknoppen te snoeien

    De juiste periode voor het snoeien van de rozenbottel hangt af van het soort en van wat je wilt bereiken. Voor de meeste soorten is het voorjaar, als de ergste kou voorbij is en de knoppen beginnen te zwellen, het beste moment. Tussen eind februari en begin april is een goede periode: dan loopt de struik nog niet volop uit, maar is de kans op strenge vorst klein. Het voorjaar is handig omdat je dan goed ziet welke takken leven en welke niet. Knip nooit tijdens strenge vorst, want dan kan de plant schade oplopen. Wil je de bottels graag laten zitten voor vogels of om later te plukken, wacht dan tot na de winter met snoeien. Zo kunnen dieren van de vruchten genieten en kun je er later zelf jam of siroop van maken.

    Zo pak je het snoeien aan voor gezonde groei

    Een rozenbottelstruik knip je met scherp en schoon tuingereedschap. Begin altijd met het verwijderen van dode, zieke of gebroken takken. Deze herken je aan een grijsbruine kleur, schimmel of aan takjes zonder knoppen. Knip ze helemaal weg tot waar het hout gezond is. Daarna kijk je naar het hart van de struik: als het hier erg dicht is, kun je ook wat oude takken laag bij de grond afknippen. De jonge scheuten krijgen zo meer zon en ruimte. Takken die elkaar kruisen of tegen elkaar schuren kun je beter ook weghalen. Als je wilt dat de struik mooi in vorm blijft, kun je hem een beetje inkorten, maar knip nooit alle takken tot kort op de stam. Laat altijd genoeg jonge groei over zodat de plant zich kan herstellen en weer krachtig uitloopt. Pas op dat je niet te veel snoeit, want te kort knippen zorgt voor minder bloemen en vruchten in het jaar daarna.

    Verschil tussen snoeien in de tuin en in het wild

    Wilde rozenbottelstruiken groeien vaak langs wegen en op dijken. Deze krijgen weinig of geen onderhoud. Soms worden ze door de gemeente gesnoeid om overhangende takken weg te halen, zodat fietsers en wandelaars geen hinder hebben. In tuinen heb je meer invloed op de vorm en rijkdom van de struik. Laat je de bottels hangen voor vogels, snoei dan na de winter. Pluk je graag bottels om zelf te gebruiken, dan haal je na het plukken de oude takken weg. Wilde struiken kunnen vaak tegen een stootje, maar huisrozen zijn meestal mooier en sterker als je ze goed verzorgt met een jaarlijkse snoei.

    Veelgestelde vragen over het snoeien van rozenbottelstruiken

    Moet ik elk jaar een rozenbottelstruik snoeien?

    Ja, een rozenbottelstruik heeft baat bij een jaarlijkse snoeibeurt. Zo blijft hij gezond en groeien er ieder jaar weer bloemen en bottels.

    Wanneer mag ik de bottels plukken zonder de plant te beschadigen?

    Bottels kun je het beste plukken als ze goed rijp zijn, meestal in de late zomer of herfst. Dit kun je doen zonder de plant te beschadigen, zolang je met beleid plukt en geen hele takken afbreekt.

    Kan ik de struik kort knippen als hij te groot wordt?

    Heel kort knippen is niet verstandig, want dan maakt de rozenbottelstruik veel wilde scheuten en weinig bloemen aan. Beter is het om oude of hinderlijke takken laag weg te halen en gezonde delen met rust te laten.

    Is snoeien in de zomer ook mogelijk?

    Snoeien in de zomer kun je beter vermijden. De struik loopt dan volop uit en kan dan slecht herstellen. Alleen dode of beschadigde takken kun je veilig weghalen.

    Waarom blijven er soms weinig bottels aan de struik zitten na het snoeien?

    Snoei je te kort of haal je veel jonge twijgen weg, dan krijgt de plant minder kans om bloemen en bottels te maken. Zorg ervoor dat je altijd genoeg jonge takken overhoudt bij het snoeien.

  • Beter oogsten met combinatieteelt in de moestuin

    Beter oogsten met combinatieteelt in de moestuin

    Meer plezier en betere groei door slimme plantcombinaties

    Goede buren zijn heel belangrijk, ook voor planten in je tuin. Bij combinatieteelt worden verschillende gewassen met elkaar gemengd geplant, zodat ze het beste uit elkaar halen. Wortels en uien kunnen bijvoorbeeld prima naast elkaar staan. De geur van uien schrikt namelijk de wortelvlieg af, terwijl wortels de uienvlieg wegjagen. Zo houden deze soorten samen meer ongewenste beestjes op afstand dan wanneer je ze apart zou zetten. Ook bloemen zoals afrikaantjes zorgen voor minder plagen en trekken bijen aan, wat handig is voor de bestuiving. Door slim te combineren, zie je vaak minder ziekten en haal je meer uit je stuk grond.

    Ruimte, zon en voeding: waar let je op in het schema?

    Een moestuin inrichten met combinaties van planten vraagt wat aandacht. Kijk goed naar hoeveel ruimte en zon elke soort nodig heeft. Sla groeit bijvoorbeeld snel en blijft laag, terwijl tomaten juist hoog worden. Zet sla daarom vooraan of naast tomaten, maar niet eronder. Zo krijgen beide genoeg licht. Let er ook op dat sommige planten veel voeding uit de bodem halen, zoals kolen. Zet die liever niet direct naast elkaar, want ze kunnen een tekort veroorzaken. Wissel ze af met soorten die de bodem juist verbeteren, zoals peulvruchten. Deze planten zorgen voor extra stikstof in de aarde waar andere gewassen weer profijt van hebben. Wil je het nog overzichtelijker maken, dan kun je werken met een combinatieteelt schema. Daarmee zie je precies welke soorten bij elkaar passen en welke elkaar juist vermijden.

    Natuurlijk evenwicht tegen plagen en ziektes

    Veel tuinders merken dat ze met mengteelten veel minder last hebben van ziekten of insecten die het op de oogst gemunt hebben. Kruiden, zoals bieslook of basilicum, geven geurstoffen af die ongewenste dieren niet lekker vinden. Ook bloemen kun je inzetten als natuurlijke bescherming. Goudsbloemen of afrikaantjes in de moestuin trekken goede insecten aan, zoals lieveheersbeestjes en bijen, en houden schadelijke dieren juist weg. Hierdoor hoef je minder vaak met plantenbestrijding aan de slag. Planten die elkaar niet verdragen, noemen tuinders vaak ‘slechte buren’. Zet bijvoorbeeld tomaten niet bij aardappels, want deze delen dezelfde ziektes en maken elkaar kwetsbaarder. Door hiermee rekening te houden, blijft je moestuin gezonder, mooier en makkelijker te onderhouden.

    Handige voorbeelden voor jouw eigen tuin

    Er zijn veel bekende duo’s en groepen die goed naast elkaar groeien. Zet bijvoorbeeld wortel naast ui, spinazie bij aardbei, of bonen samen met maïs en pompoen. Bonen verrijken de bodem zodat maïs en pompoen daar voordeel van hebben. Spinazie groeit laag en schaduwt nauwelijks de aardbeiplanten.

    • wortel naast ui
    • spinazie bij aardbei
    • bonen samen met maïs en pompoen

    Soms is het beter om juist afstand te houden. Zet bijvoorbeeld geen erwten samen met knoflook of uien, want deze soorten kunnen elkaar tegenwerken. Gelukkig zijn er handige schema’s en tabellen te vinden die laten zien wat wel en niet samen past. Je hoeft geen ingewikkelde kennis van tuinieren te hebben. Door wat te schuiven en uit te proberen ontdek je zelf snel wat in jouw tuin het best werkt. Combinaties veranderen ook elk jaar, want elke tuin is anders en planten wisselen graag van plek voor een gezonde bodem.

    Veelgestelde vragen over combinatieteelt in de moestuin

    • Welke groenten zijn goede buren in combinatieteelt?

      Wortels en uien zijn goede buren omdat ze elkaars plagen helpen wegjagen. Ook bonen passen goed bij maïs en pompoen. Sla groeit weer goed met tomaten, omdat die elkaar niet in de weg zitten.

    • Hoe helpt combinatieteelt tegen plagen?

      Combinatieteelt helpt tegen plagen doordat sommige planten insecten afschrikken of verwarren met hun geur. Kruiden zoals basilicum en bloemen zoals afrikaantjes helpen bij de bescherming van gewassen tegen ongewenste dieren.

    • Moet ik elk jaar dezelfde combinaties gebruiken?

      Het is beter om elk jaar te wisselen met de plek van groenten. Dit voorkomt dat de bodem uitput raakt en ziekten makkelijker terugkomen. Variatie houdt de moestuin gezonder.

    • Kan ik combinatieteelt ook toepassen in een kleine moestuin of bak?

      Ja, combinatieteelt werkt ook goed in een kleine tuin of plantenbak. Je kunt verschillende soorten dicht bij elkaar zetten als ze goed bij elkaar passen, waardoor je snel resultaat ziet en minder last hebt van ziekten of plagen.

    • Waarom moet ik sommige planten juist niet samen zetten?

      Bepaalde groenten gebruiken dezelfde voedingsstoffen of kunnen elkaar ziek maken. Tomaten en aardappels zijn daar een voorbeeld van. Zo voorkom je dat planten elkaar verzwakken of dezelfde ziektes krijgen.

  • Tomatenplant winterhard: Hoe overleeft de tomaat de koude maanden?

    Tomatenplant winterhard: Hoe overleeft de tomaat de koude maanden?

    Tomatenplant winterhard noemen is eigenlijk niet juist, want deze plant kan niet tegen kou en vorst. Toch zijn er manieren om ook tijdens de winter van verse tomaten te genieten of je planten te bewaren. Veel mensen willen. ieder jaar opnieuw tomaten kweken in hun tuin of kas. Maar een strenge winter maakt dit lastig, omdat tomaten van nature uit warme streken komen en niet gebouwd zijn voor koude periodes.

    De oorsprong van de tomatenplant en zijn favoriete klimaat

    Tomatenplanten zijn van oorsprong gewend aan een zacht en warm klimaat. Ze komen uit gebieden waar het altijd relatief warm blijft, zelfs ’s nachts. In Nederland zijn onze winters veel kouder dan in het thuisland van de tomaat. De plant groeit het best bij temperaturen tussen de twintig en vijfentwintig graden overdag en niet kouder dan tien graden ’s nachts. Komt de temperatuur onder de tien graden, dan stopt de groei. Vriest het, dan gaat de plant vaak snel dood. Daarom zie je in Nederlandse volkstuinen en kassen dat tomaten na het warme seizoen verdwijnen of bruin worden.

    Kun je een tomatenplant laten overwinteren?

    Wie tomaten winterhard wil laten lijken, moet de plant in de winter beschermen tegen de lage temperaturen. Buiten lukt dit bijna nooit, omdat de kou de wortels en bladeren aantast. Je kunt daarom de plant naar binnen halen voordat het koud wordt. In huis of in een verwarmde kas kan een tomatenplant langer blijven leven. Je knipt de plant wat terug, zet hem op een lichte plek en geeft spaarzaam water. Toch zijn veel tomatenrassen maar éénjarig. In de praktijk gaat een oude plant vaak achteruit: de bladeren worden minder mooi, de stengels slap en bloei blijft weg. Veel mensen kiezen er daarom voor om in het voorjaar gewoon opnieuw te zaaien.

    Zelf binnen tomaten kweken in de winter

    Er zijn mensen die proberen buiten het seizoen tomaten te oogsten door binnen te kweken. Tomaten hebben veel licht en warmte nodig, dus een plek bij het raam of onder groeilampen werkt het beste. Door de verwarming kan het in huis snel te droog of warm worden, wat niet ideaal is voor elke plant. Toch lukt het soms om een kleine, compacte tomatenplant een hele winter te laten groeien en oogsten. Hier komen wel uitdagingen bij kijken, zoals bladluizen, schimmels of te weinig licht. Kweken in potten werkt vaak het beste. Kleine soorten zoals cherrytomaten doen het beter dan grote rassen, omdat die minder tijd en energie nodig hebben om hun vruchten te maken. Heb je eenmaal een tomatenplant die binnen overleeft, dan kun je met wat geluk in januari of februari je eigen tomaten proeven.

    Tips voor het beschermen van tomaten in het koude seizoen

    Wie de tomatenplant wil laten overleven in winterse omstandigheden, kan deze in de herfst ruimschoots binnenhalen. Zet de plant op een plek met veel daglicht, bijvoorbeeld een serre, vensterbank of kas met verwarming. Geef minder water dan in de zomer, want de plant groeit minder snel. Laat beschadigde of zieke blaadjes weg en controleer regelmatig op ziektes. Zorg wel dat de temperatuur boven de tien graden blijft, anders treedt schade snel op. Heb je geen ruimte binnen of geen kas, dan is bewaren van zaden van jouw favoriete tomatenplant een goed alternatief. In het voorjaar zaai je hiermee snel een nieuwe generatie planten voor het nieuwe seizoen.

    De zoektocht naar winterharde tomatenrassen

    Er bestaan rassen die iets beter bestand zijn tegen koelte, maar echte winterharde tomaten zijn nog niet gevonden. Sommige soorten kunnen een lichte koude nacht overleven, maar bij vorst zijn zij net zo kwetsbaar als alle andere rassen. In tuincentra worden soms planten aangeboden die robuuster zijn, maar dit betekent vaak alleen dat ze iets langer buiten kunnen staan in de herfst. In ons land blijft het dus handig om tomaten toch als zomerplant te zien en ze op tijd te zaaien of te stekken, zodat je elk jaar weer kunt genieten van verse en gezonde vruchten.

    Veelgestelde vragen over tomatenplant winterhard

    • Kun je een tomatenplant buiten laten overwinteren? Een tomatenplant buiten laten overwinteren lukt niet, want de plant is gevoelig voor kou en zal bij vorst afsterven. Binnen zetten of opnieuw zaaien in het voorjaar is beter.
    • Zijn er soorten tomaten die wel winterhard zijn? Er zijn geen tomatenrassen die echt winterhard zijn. Sommige rassen kunnen iets kou verdragen, maar geen vorst.
    • Hoe kan ik mijn tomatenplant het best beschermen in de winter? Een tomatenplant kun je beschermen door hem voor de eerste nachtvorst naar binnen te halen en op een lichte, warme plek te zetten waar het niet kouder wordt dan tien graden.
    • Kun je zelf tomaten oogsten in de winter? Zelf tomaten oogsten in de winter kan als je een plant binnen hebt staan met genoeg licht en warmte. Kleine rassen doen het binnen het best.
  • Knoflook planten in je moestuin: Gemakkelijk genieten van eigen oogst

    Knoflook planten in je moestuin: Gemakkelijk genieten van eigen oogst

    Knoflook moestuin klinkt als muziek in de oren voor iedereen die graag verse groenten en kruiden uit eigen tuin haalt. Met weinig werk kun je deze smaakmaker zelf in de grond stoppen en maanden later heerlijke bollen oogsten. De geur tijdens het groeiseizoen, de unieke smaak in de keuken en het plezier van eigen teelt maken knoflook een favoriet bij veel tuinliefhebbers.

    Het juiste moment om knoflook te planten

    In het najaar begint het avontuur. Knoflook komt het beste tot zijn recht als je de teentjes tussen september en december in de aarde stopt. Sommige tuiniers houden een handig geheugensteuntje aan: rond 10 oktober is vaak een mooi moment. Plant altijd voordat het echt begint te vriezen. In deze periode heeft je moestuin vaak weer plek, omdat veel andere gewassen zijn geoogst. Door vroeg te planten maken de teentjes wortels voordat de winter begint. Dan zijn ze straks sterk genoeg om in het voorjaar goed door te groeien.

    Zo plant je knoflook in de moestuin

    Knoflook planten is niet ingewikkeld. Je breekt gewoon een bol in losse teentjes. Elke teen wordt een nieuwe plant. Kies stevige, gezonde teentjes en leg ze met het puntje omhoog in de grond. Houd een afstand aan van ongeveer tien centimeter tussen de teentjes. Zet de teentjes twee tot drie centimeter diep. Gebruik losse, goed doorlatende aarde, zodat het water makkelijk weg kan. Druk de grond voorzichtig aan en geef water. De planten hebben verder weinig nodig, behalve soms wat extra water tijdens een droge periode in het voorjaar.

    Groei en verzorging in het voorjaar

    In de koude winter lijkt het alsof er niets gebeurt, maar onder de aarde groeit de knoflook rustig door. Zodra het lente wordt, zie je groene stengels boven de grond uitkomen. Laat het onkruid niet te hoog worden tussen de planten, want dan krijgen de bollen minder ruimte. Je hoeft niet veel bij te mesten. Gewone tuinaarde met wat compost is meestal genoeg. Zodra het warm genoeg is, kun je wat vaker water geven, vooral als de basis van de plant begint op te zwellen. Dat gebeurt meestal rond mei of juni. De plant heeft dan het meeste water nodig om grote bollen te maken.

    Oogsten en bewaren van je knoflook

    Je weet dat oogsten dichtbij is als het loof begint te verwelken en geel wordt. Dit gebeurt meestal aan het begin van de zomer, rond eind juni of juli. Trek de planten voorzichtig uit de grond en laat ze drogen op een luchtige plek. Een oude krant of een rooster in de schuur werkt goed. Na twee tot vier weken zijn de bollen voldoende opgedroogd. Verwijder het overtollige loof en bewaar de bollen op een droge, koele plaats, bijvoorbeeld in een papieren zak of aan een touw geregen. Zo geniet je maandenlang van je eigen knoflook uit de tuin.

    De voordelen van knoflook uit je eigen moestuin

    Zelf geteelde knoflook heeft een sterke smaak en frisse geur. Je weet zeker dat er geen chemicaliën zijn gebruikt. Ook draag je bij aan de biodiversiteit in je tuin, omdat knoflook insecten zoals luizen op afstand houdt. Knoflook past in kleine en grote tuinen. Je kunt hem zelfs in een bak op het balkon telen. Een ander voordeel is dat je steeds nieuw plantgoed hebt, want de mooiste bollen kun je het volgende seizoen opnieuw planten. Zo sluit je alles mooi rond en blijft je moestuin vol leven.

    Meest gestelde vragen over knoflook moestuin

    • Kun je supermarkt knoflook gebruiken om te planten? Je kunt supermarkt knoflook soms gebruiken, maar het werkt niet altijd goed. Sommige bollen zijn behandeld zodat ze niet uitlopen. Beter is het om speciale teentjes te kopen bij een tuinwinkel.
    • Hoe diep moet je knoflook planten voor het beste resultaat? Plant knoflook ongeveer twee tot drie centimeter diep. Dieper planten is niet nodig en zorgt soms voor kleinere bollen.
    • Wat doe je als je knoflook begint te bloeien? Als knoflook gaat bloeien, kun je de bloeistengel weghalen. Zo steekt de plant meer energie in de bol en niet in de bloem.
    • Kun je knoflook in een pot of bak op het balkon telen? Knoflook kan goed op het balkon, zolang de bak diep genoeg is en het water goed weg kan. Zet de bak op een zonnige plek.
    • Wanneer is het precies tijd om te oogsten? Oogst knoflook zodra twee derde van het loof geel en slap is geworden. Meestal is dat eind juni of juli.
  • De beste tijd om oleander in volle grond te planten

    De beste tijd om oleander in volle grond te planten

    Wanneer oleander in volle grond planten een goed idee is, hangt af van het seizoen en het weer. Oleanders komen uit landen met veel zon en warmte. In Nederland groeit deze prachtige plant vooral goed als je hem op het juiste moment buiten in de aarde zet. Wie dit slim aanpakt, geniet van sterke struiken met kleurrijke bloemen en frisgroene bladeren.

    Het juiste plantseizoen kiezen voor oleanders

    Oleanders houden van warmte. Ze kunnen niet goed tegen kou of vorst. Dat betekent dat de beste tijd om een oleander in de volle grond te planten, is van midden mei tot begin september. In deze maanden is de kans op een koude nacht heel klein. Door tot na de IJsheiligen te wachten, loop je weinig risico op vorstschade. IJsheiligen is rond 11 tot 15 mei. Daarna is het meestal warm genoeg. Zet je de plant te vroeg buiten, dan kunnen de wortels of bladeren bevriezen. Wacht je langer dan september, dan is de groei vaak minder snel. De wortels hebben namelijk warmte nodig om goed te starten.

    Een goede plek en grond uitzoeken

    De plek waar je de struik plant, is net zo belangrijk als de tijd. Oleanders willen graag in de zon staan. Een zonnige plaats in de tuin zorgt voor veel bloemen en stevig groeiende takken. Zet de plant niet dicht bij een muur waar het in de winter snel koud wordt. Kies ook losse, goed drainerende grond. De aarde moet het water goed afvoeren. Zo voorkom je natte wortels, want daar houdt een oleander niet van. Maak het plantgat altijd wat groter dan de kluit van de plant en meng eventueel wat zand of klei door de aarde als die te zwaar is. Zo krijgen de wortels ruimte en lucht.

    Planten en het eerste onderhoud

    Voor het planten maak je de aarde rondom het plantgat goed los. Haal de oleander voorzichtig uit de pot. Schud een beetje aan de wortels zodat deze zich kunnen spreiden in de nieuwe grond. Zet de plant meteen op de juiste hoogte, meestal zo diep als hij in de pot stond. Vul het gat aan met een mengsel van tuinaarde en eventueel wat compost. Druk de grond goed aan zodat de plant stevig staat. Geef na het planten flink veel water. De eerste weken moet de grond niet uitdrogen, want dan maken de wortels goed contact met de bodem. Geef in de zomer af en toe wat extra water tijdens warme, droge dagen. Na enkele maanden kun je de watergift weer iets minderen, want dan zijn de wortels dieper gegroeid.

    Bescherming in de winter en latere verzorging

    Oleanders zijn in Nederland vaak niet helemaal vorstbestendig. In zachte winters kunnen ze blijven staan, vooral in het zuiden van het land of op beschutte plekken. Wordt het erg koud, bescherm de wortelkluit dan met bladeren, stro of een speciale tuinvliesdoek. Sommige tuiniers kiezen ervoor hun struik te bedekken als de temperatuur onder nul komt. Snoei dode, beschadigde of erg lange takken pas in het voorjaar weg. Dit geeft de plant meer kracht om weer uit te lopen. Tijdens het groeiseizoen kun je af en toe wat mest geven. Zo blijft de oleander gezond en mooi.

    Meest gestelde vragen over wanneer oleander in volle grond planten

    • Kan ik een oleander het hele jaar door in volle grond planten?

      Een oleander kun je beter alleen van mei tot september in de volle grond zetten. Buiten deze periode is het te koud en kan de plant schade oplopen.

    • Wat als er toch nachtvorst komt na het planten?

      Als er toch nachtvorst komt na het planten van een oleander, kun je de jonge struik tijdelijk afdekken met een doek of wat bladeren om schade te voorkomen.

    • Hoeveel zon heeft een oleander nodig in de tuin?

      Een oleander groeit het best op een plek waar hij minimaal zes uur direct zonlicht per dag krijgt. Hoe meer zon, hoe mooier en voller de bloei.

    • Kan ik een oleander uit een pot ook later in de volle grond zetten?

      Een oleander die eerst in een pot stond, kun je rustig later in het seizoen in de volle grond plaatsen, maar doe dit nog voor september voor het beste resultaat.

    • Hoe bescherm ik een geplante oleander in de winter?

      Bescherm een oleander in volle grond in de winter door de wortels te bedekken met bladeren of stro als het gaat vriezen. In heel strenge winters kun je ook de hele plant inpakken met tuinvlies.