Permacultuur: tuinieren met de natuur in plaats van ertegen

Geschreven door

in

Permacultuur is een manier van tuinieren waarbij je zo veel mogelijk samenwerkt met de natuur. Je legt een tuin aan die zichzelf grotendeels in stand houdt, net zoals een bos dat doet. Geen eindeloos spitten, geen plastic zakjes met kunstmest en geen gewassen die elk jaar opnieuw de grond in moeten. De natuur doet veel werk voor je, als je haar de ruimte geeft. Dit klinkt misschien idealistisch, maar in de praktijk passen steeds meer mensen deze aanpak toe, van kleine stadtuinen tot grote akkers.

Hoe een permacultuur tuin is opgebouwd

Een voedselbos is een goed voorbeeld van hoe een duurzame tuin eruitziet. Je combineert hoge bomen, struiken, kruiden en bodembedekkers op één plek. Elke laag heeft een eigen functie en samen vormen ze een sterk geheel. Hoge bomen geven schaduw aan de planten eronder, wortels houden de bodem vast en gevallen bladeren zorgen voor voeding voor de grond. Eén van de basisideeën is dat de bodem nooit kaal mag zijn. Een onbedekte bodem droogt uit, spoelt weg bij regen en verliest vruchtbaarheid. Mulch, dit is een laag van organisch materiaal zoals bladeren of stro, houdt het vocht vast en voedt het bodemleven. Dat bodemleven, de wormen, schimmels en bacteriën, zorgt er op zijn beurt voor dat planten goed kunnen groeien.

Planten die zichzelf redden

Wie minder werk wil in de tuin, kiest voor planten die jaar na jaar terugkomen. Vaste planten zoals daslook, wilde aardpeer en duizendblad hoef je maar één keer te planten. Ze komen elk voorjaar vanzelf terug en vragen weinig aandacht. Zelfzaaiers zijn ook erg handig. Dit zijn planten die na de bloei hun eigen zaad verspreiden, zodat er het volgende seizoen automatisch nieuwe planten opkomen. Denk aan veldsla, berenklauw of borage. Wilde eetbare planten, ook wel plukgroenten genoemd, passen goed in dit systeem. Brandnetel is bijvoorbeeld eetbaar en trekt nuttige insecten aan. Zo lever je tegelijk voedsel voor jezelf en voor het ecosysteem in je tuin.

De vier basisprincipes van duurzaam tuinieren

Wie serieus aan de slag wil, werkt vaak met vier richtlijnen. De eerste is observatie: kijk goed naar je tuin voordat je iets doet. Waar staat de zon? Waar blijft water staan? De tweede richtlijn is diversiteit. Hoe meer verschillende soorten planten, hoe sterker het systeem. Plagen hebben minder kans als ze niet op rijen van één soort kunnen inslaan. De derde is het gebruik van kringlopen. Keukenafval gaat naar de composthoop, compost gaat terug naar de bodem, de bodem voedt de planten. Niets gaat verloren. De vierde richtlijn is kleinschalig beginnen en rustig uitbreiden. Je hoeft niet meteen je hele tuin om te gooien. Eén bed inrichten volgens deze manier van werken is al een begin, en je leert er veel van.

Voor wie is deze aanpak geschikt

Dit is geen methode die alleen werkt voor mensen met een groot stuk land. Een balkon, een kleine achtertuin of een volkstuin zijn ook goede plekken om mee te starten. Zelfs in een moestuin van een paar vierkante meter kun je al veel principes toepassen. Kies voor vaste eetbare planten, leg een composthoop aan en zorg voor een laag mulch op de bodem. In steden groeit de interesse in groene en voedselproducerende tuinen snel. Gemeenschapstuinen en schoolmoestuinen werken steeds vaker op een manier die aansluit bij deze duurzame aanpak. Dat laat zien dat voedsel verbouwen op een natuurvriendelijke manier niet ingewikkeld hoeft te zijn. Het vraagt wel geduld, maar geeft veel terug.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen permacultuur en gewone moestuinieren?
Bij gewone moestuinieren zaai je elk jaar opnieuw, bewerk je de grond regelmatig en gebruik je vaak kunstmest of bestrijdingsmiddelen. Bij een duurzame tuin op basis van permacultuurprincipes werk je met vaste planten, een levende bodem en natuurlijke kringlopen. De tuin wordt na verloop van tijd steeds sterker en vraagt minder werk.

Kun je permacultuur toepassen zonder grote tuin?
Permacultuur toepassen lukt ook zonder grote tuin. Een klein stuk grond of zelfs een balkon is genoeg om te beginnen. Kies een paar vaste eetbare planten, gebruik een bak voor composteren en bedek de grond met mulch. Zelfs kleine aanpassingen maken al een verschil.

Hoe lang duurt het voordat een permacultuur tuin zichzelf onderhoudt?
Een tuin die zichzelf grotendeels onderhoudt, heeft een paar jaar nodig om goed op gang te komen. In het begin investeer je tijd in het aanleggen en observeren. Na twee tot drie jaar zijn de planten beter geworteld, is de bodem rijker en is er minder ingrijpen nodig. Geduld is daarbij de sleutel.

Welke planten zijn geschikt voor een zelfonderhoudende tuin?
Voor een zelfonderhoudende tuin zijn vaste planten het meest geschikt. Daslook, wilde aardpeer, munt, duizendblad en eetbare viooltjes zijn goede voorbeelden. Ze komen elk jaar terug zonder opnieuw gezaaid te hoeven worden. Zelfzaaiers zoals veldsla en borage vullen de rest aan.