Aardappelen planten: zo haal je de meeste uit je moestuin

Aardappelen planten is makkelijker dan veel mensen denken, en de oogst is groter dan je verwacht. Uit een klein stukje grond haal je soms wel twintig kilo knollen per vijf vierkante meter. Of je nu een ruime tuin hebt of slechts een paar bakken op het balkon, zelf aardappels verbouwen is goed te doen. Het enige wat je nodig hebt is wat ruimte, goede pootaardappelen en een beetje geduld.

Het juiste moment om pootaardappelen in de grond te zetten

De meeste tuinders steken pootaardappelen in de grond tussen maart en mei. Het precieze moment hangt af van het weer en het ras dat je kiest. Vroege rassen gaan al snel in de grond zodra de nachtvorst grotendeels voorbij is, vaak al in maart. Late rassen wachten tot april of mei. Een goede vuistregel is dat de bodem minimaal zeven graden Celsius moet zijn. Is de grond nog te koud, dan verrot de knol in plaats van te groeien. Wil je een voorsprong nemen, dan kun je de pootaardappelen al enkele weken voor het planten voorkiemen. Leg ze dan op een lichte, koele plek zodat er korte, stevige spruiten ontstaan. Dit geeft de plant een betere start en versnelt de oogst.

De juiste plek en grond voor een goede oogst

Aardappels groeien het best op een zonnige plek met losse, luchtige grond. Zware kleigrond werkt minder goed omdat de knollen dan moeilijk kunnen uitzetten. Werk de grond vooraf goed door en voeg compost toe om hem losser en voedzamer te maken. De pootaardappelen plant je op een diepte van ongeveer tien centimeter, met een onderlinge afstand van dertig tot veertig centimeter. Tussen de rijen houd je zestig tot zeventig centimeter ruimte. Die ruimte is geen luxe, want je gaat de planten later aanaarderen. Dat betekent dat je aarde tegen de stengels optrek, zodat de groeiende knollen bedekt blijven en niet groen worden. Groene aardappels zijn giftig en niet te eten. Door regelmatig aan te aarderen voorkom je dat, en geef je de plant ook meer ruimte om knollen te vormen.

Aardappels kweken in een pot of zak

Heb je geen tuin, dan is een grote pot, bak of speciale kweekzak een goed alternatief. Vul de bak voor een derde met potgrond gemengd met compost en leg daar twee of drie pootaardappelen op. Zodra de planten tien tot vijftien centimeter boven de grond uitsteken, vul je de bak bij met extra grond. Dit herhaal je totdat de bak vol is. Op die manier vormen zich langs de hele stengel nieuwe knollen, wat de opbrengst vergroot. Een bak van minimaal twintig liter per plant werkt het best. Zorg voor goede afvoer van water, want te veel vocht is een van de grootste vijanden van de teelt. Geef regelmatig water, maar laat de grond niet verzuipen.

Oogsten en bewaren na een goed seizoen

Na het planten duurt het gemiddeld drie tot vier maanden voordat de aardappels klaar zijn om te oogsten. Een duidelijk teken is dat het blad geel wordt en afsterft. Wacht dan nog een week of twee voordat je gaat graven, zodat de schil van de knollen steviger wordt. Dat maakt bewaren makkelijker. Gebruik bij het oogsten een riek of spitvork en steek die ruim naast de plant in de grond, zodat je de aardappels niet doorprikt. Til de plant op en zoek de knollen uit de losse aarde. Bewaar de oogst op een koele, donkere en droge plek. Een kelder of schuur is prima. Vermijd plastic zakken, want daarin gaan aardappels snel rotten. Een houten kist of papieren zak houdt ze langer goed, soms tot wel zes maanden.

Veelgestelde vragen

Hoeveel aardappels krijg je uit één pootaardappel?
Uit één pootaardappel groeien gemiddeld vijf tot tien nieuwe knollen. Dit hangt af van het ras, de bodemkwaliteit en de verzorging. Met goede grond en voldoende water is een hogere opbrengst heel goed mogelijk.

Mag je aardappels elk jaar op dezelfde plek telen?
Het is beter om aardappels niet elk jaar op dezelfde plek te telen. Verplaats ze elke drie tot vier jaar naar een ander deel van de tuin. Dit verkleint de kans op ziektes in de grond, zoals aardappelziekte of aaltjes die in de bodem achterblijven.

Wat is het verschil tussen vroege en late aardappelrassen?
Vroege rassen zijn eerder oogstbaar, soms al na twee tot drie maanden, en hebben vaak een dunnere schil. Late rassen groeien langer door en leveren knollen met een stevigere schil die beter te bewaren zijn. Voor wie snel wil oogsten is een vroeg ras een goede keuze. Voor de wintervoorraad werkt een laat ras beter.

Wanneer moet je aardappelplanten water geven?
Geef aardappelplanten water als de bovenste laag grond droog aanvoelt. Dat is in droge periodes vaak twee tot drie keer per week. Te weinig water geeft kleine knollen. Te veel water vergroot de kans op rotting. Regelmaat is daarbij belangrijker dan grote hoeveelheden in één keer.